Ben ik wel een goeie mama?

Wanneer mijn lichaam me (even) in de steek laat en het lijkt of mijn kinderen meer moeten zorgen voor mij dan ik voor hen… Dan word ik overspoeld door twijfels of ik wel een goeie mama ben.

Wanneer je thuis komt en de geur van pledge je al tegemoet komt… Je de living ingaat en je dochter met de stofvod in de weer ziet dan gaat mijn moederhart wat sneller slaan en als ze vervolgens een knuffel komt geven en je de lieve woorden hoort “ ik heb al het stof voor je afgedaan want je hebt zoveel pijn mama” dan schiet de moed je even vol.

De zoon die de afwas overneemt en zegt “rust nu maar even”.

Wanneer je kinderen de kersepitjes voor je warmen en een bord met lekkers voor je neus komen zetten als je in de zetel ligt.

Het doet me wat. Aan de ene kant ben ik ontzettend trots op ze. Hoe lief en bezorgd ze zijn en ik merk dat ze een goeie warme inborst hebben. Aan de andere kant is het knap lastig dat de rollen omgekeerd zijn. Ik ben hun mama, ik moet voor ze zorgen en niet omgekeerd, ik voel me zelfs schuldig en zwak.

Ik voel me vaak falen als mama. Soms loop ik wat kribbig doordat het druk is op het werk of slecht geslapen of een discussie met iemand die door je hoofd blijft spoken en dan zeg ik het ook wel ‘sorry als ik wat kort ben’. Zij hoeven niet te boeten voor iets waar ze niks kunnen aan veranderen.

Ook toen ik bij hun vader vertrok had ik dat enorme schuldgevoel. Ik had mijn kinderen hun gezin ontnomen. Toen mijn zoon me na de eerste week zei “Ik ben blij, ik heb mijn mama terug … jij lacht weer, je slaapt weer en je eet terug. Je ziet er terug gelukkig uit.” was dat efkes dubbel slikken aan de ontbijttafel om 7u …

maar dan besef je wel dat je de juiste beslissing nam en je kinderen meer voelen en zien dan je denkt.

Soms voel ik me een slechte mama maar dan bedenk ik me dat ik niet superwoman ben maar gewoon een mama met al haar fouten en gebreken. Ik doe ook maar mijn best…

Ze zijn toch zo lief…




Met het einde van het schooljaar in zicht heb je ook dat laatste schoolrapport. En vanzelfsprekend hoort bij een goed rapport een passende beloning. Nu wat ‘passend’ is laat ik even in het midden. Mijn 8 jarige zoon zaagt sinds kort achter een Hoverboard. Geen idee waar hij het ontdekt heeft, maar zijn zinnen heeft hij nu echt wel daar op gezet. Ik ben ook niet van plan om het goedkoopste te kiezen, want kwaliteit betaal je nu eenmaal extra. En ja… doe er dan maar ineens zo’n zitje bij want dat is ook wel cool op die leeftijd! Ach hij heeft het toch wel verdiend!


Kinderen verwennen is ontzettend leuk, maar kan ook een valkuil zijn. Toegegeven, het is ook niet altijd gemakkelijk als ze zo lief en schattig zijn! Kinderen zijn ook best wel vindingrijk en ze gebruiken al zeer snel een hele trukendoos om iets te bekomen. Ze kunnen sluw inspelen op je emoties en voor je het weet heb je er al aan toegegeven. Wil je van dat gezeur af of kun je niet aan die puppy-oogjes weerstaan, er zijn genoeg redenen om hen te overladen met cadeautjes en anders verzin je er wel zelf één.

Als single ouder is het niet altijd evident om een duidelijke grens te zien in wat kan of wat nu net overdreven of not done is. Er is vrijwel geen overleg meer met de andere ouder en dus ook geen meningsverschil of discussie onderling. Dit maakt dat je de keuzes alleen moet maken en toegeven kan al snel een gemakkelijke manier zijn om er vanaf te zijn. Wie wil nu ook overkomen als die ‘strenge’ ouder waar je weinig van mag of krijgt? Je wil je kinderen blij zien, want dat maakt jou ook ook wel gelukkiger. Ze hebben al genoeg afgezien tijdens de breuk dus koop je maar wat extras om te compenseren.

Financieel kan het ook al snel tellen als alleenstaande, zeker als je meerdere kinderen hebt. De tijd van jojo’s en een zak knikkers is vrijwel voorbij. Multimedia en luxe speelgoed is nu de trend. Is het dan ook wijs om alles dubbel te kopen of spreek je af met je ex om die duurdere zaken samen aan te kopen? Goede afspraken kunnen je alvast veel geld besparen! Het hoverboard hebben wij dan ook samen aangekocht.

Soms komen ook andere aspecten aan bod in uw keuzes waar je kind zelf niet eens mee te maken heeft. Heb je die hippe kinderwagen nu toch niet voor jezelf gekocht? Is al die LEGO en racebaan voor je kind of speel je er ook gewoon graag zelf mee? Je kan jezelf betrappen dat je zaken voor je kinderen koopt omdat je ze zelf vroeger nooit gekregen hebt of omdat JIJ het gewoon graag wil hebben! Noem het een inhaalbeweging of een nieuwe jeugd belevenis 🙂

Zijn jullie consequent of verwennen jullie die kids ook graag tot in het oneindige? Hoeveel cadeautjes kopen jullie zoal per jaar?

Influencers gezocht!




Geregeld krijgen wij de opmerking dat, ondanks de constante aanwas van (steeds) zeer interessante en aimabele leden in deze groep, bepaalde leden het gevoel hebben dat er weinig aanwas is in hun eigen provincies. De beste voorbeelden die ik kan aanhalen, zijn Vlaams-Brabant en Limburg. Daar horen we de grootste verzuchtingen.
 
Ook wat evenementen betreft in deze regio’s. We kennen enkele mensen die daar hard aan werken maar zij alleen kunnen die last niet dragen. Voor ons zijn deze regio’s helaas vaak ook te ver om zelf daar evenementen te organiseren hoewel de wil er wel is. Gelukkig kunnen we wel op goede mensen rekenen in deze regio’s die eigenhandig events op poten zetten waardoor men ook in die regio’s kan buitenkomen en mensen ontmoeten.
 
Ook krijgen we soms de opmerking dat er te weinig aantrekkelijke mannen bijkomen (en dan gaat het niet louter over uiterlijk als ik de vrouwen mag geloven). En neen, het beheer weigert geen van die exemplaren ;-).
 
Ik zat onlangs zo wat te denken en misschien zagen jullie het in één van mijn laatste posts waarin ik aangaf dat delen van artikels op onze site hier kan helpen om onze groep wat meer exposure te geven daarbuiten. Onze groep op Facebook is een besloten groep ter bescherming van de privacy van onze leden, wat tegelijkertijd wil zeggen dat buitenstaanders geen idee hebben van wat daar gepost en gezegd wordt. Eigenlijk hebben we enkel onze website en onze andere sociale mediakanalen (instagram, twitter, google+,…) als link met de buitenwereld.
 
Maar mocht u zo af en toe een artikel van ons delen met de buitenwereld, als u bijvoorbeeld zo eens een mooi geschreven tekstje zou ontdekken bij ons dat u misschien zelfs ergens weet te raken of ontroeren. Wel, dan kan u dat delen. Onderaan onze artikels staat daar een knopje voor om artikels te delen met de buitenwereld, om de inhoud te tonen waarvoor we staan. 

share_influence.jpg
De knoppen in bovenstaand prentje zijn illustratief voor de knoppen die u vindt onder ieder van onze blog posts. Hierop klikken laat u toe dit op uw eigen wall te delen (eigen twitter, eigen tijdslijn op facebook, eigen google+ profiel, eigen tumblr profiel).

 
Dit geldt zeker ook voor de evenementen die u bij ons vindt, eigenlijk telt dit voor alles wat wij posten, behalve dan misschien de krantenknipsels die men elders ook kan vinden en wij hier enkel delen om een archief aan te leggen van interessante artikels, met bronvermeldingen en verwijzingen naar de originele links.

Een interessant evenement op de pagina gevonden? Deel gerust, indien men geïnteresseerd zou zijn bij het lezen van zoiets op uw tijdslijn, staat het die mensen vrij lid te worden bij ons.
 
Alvast bedankt, mocht u ooit op deze manier eens aan ons denken, zoals wij iedere dag aan jullie denken.
Hier kan u uitgebreid terugvinden op welke sociale media wij actief zijn. In een notedop komt het hier op neer: Verder kan u ons ook terugvinden op Instagram, Twitter, TumblrGoogle+, Youtube en zelfs op Linkedin. Als u ons volgt op één of meerdere van deze media, krijgt u ook als eerste onze artikels te lezen. Tip: deze komen onmiddellijk en dus ook automatisch online op deze media terwijl we op Facebook veel omzichtiger omspringen met de timing. Sommige van onze posts komen soms zelfs gewoon niet op Facebook, terwijl ze wel interessant leesvoer kunnen zijn voor u. Bedankt om onze artikels te “liken” en te “sharen” via deze media.
Groetjes,
 
Koen.

Je vindt geen peren onder een appelaar… Of toch?




Zucht. 12u26. Net terug op kantoor. Een uurtje geleden kreeg ik telefoon van mijn zoontje en gezien de gelijkenissen tussen hem en mij, zullen we hem hier best Junior noemen, Bald Dog Junior.

JR: “Papa?”
Me: “Hey Junior, wat is er?”
JR: “Mijn huiswerk, je weet wel, wat we gisteren samen voorbereid hebben?”
Me: “Ja, jongen, dat weet ik nog. Wat is daarmee?”
JR: “Wel, dat ligt nog op de keukentafel maar geen paniek, ik heb pas het laatste uur Nederlands.”
Me: “Wie zegt dat ik panikeer, jongen?”
JR: “Ja jij niet, ik wel een beetje.”
Me: “En nu?”
JR: “Ik weet het niet, ik heb het echt nodig voor mijn spreekbeurt.”
Me: “Goed, ik zal erom rijden, jongen. Maar jongen…?”
JR: “Ja, papa?”
Me: “Wil je aub de volgende keer netjes je ‘boekentas’ maken en alles controleren?”
JR: “Ja, papa.”

Altijd weer die “ja, papa”. Zucht.

Nu goed, onder een appelaar zal je zelden een peer vinden, tenzij de postbode ze daar liet vallen misschien. Waarmee ik wil zeggen dat het onvoorstelbaar is hoeveel trekken JR heeft van zijn oudje, een echt aardje naar zijn vaartje zoals de noorderburen dat zo mooi zeggen. JR is een fantastische jongeman, dat kan ook moeilijk anders, als je al zijn goede eigenschappen opsomt. Het is een beetje zoals in de spiegel kijken, toch zeker als je de spiegel van niet te dichtbij bekijkt. Want eens je dat wel doet, herken je andere zaken waar je minder gelukkig van wordt. Dan zie je dingen die een bepaald risico inhouden. Meestal sluit ik daarvoor instinctief de ogen en moet ik mezelf wat forceren om zijn valkuilen te zien. Diezelfde valkuilen die de mijne waren destijds. Dagdromen (al van in de kleuterklassen), geen zin hebben om te studeren, willen rebelleren, andere interesses hebben, beïnvloedbaar zijn, willen meelopen met de groep, de neiging tot verslaafd zijn aan multimedia. Of wacht, ben ik hier nu alle eigenschappen van iedere tiener aan het opsommen? Misschien wel. En toch meen ik mezelf harder dan een ander te herkennen in al die mindere eigenschappen van JR. Alleen wordt hij nu wel beter omringd dan kinderen van mijn generatie destijds. Dat komt vast en zeker goed. Denk ik. Hoop ik. Droom ik. Een utopie?

Mijn ander zoontje heeft ook zo van die eigenschappen die je mij kan toeschrijven en deze zijn wel specifieker geënt op zijn afkomst (mij dus). Ik noem hem hier graag Calimero. Calimero heeft enorm veel gelijkenissen met de bekende cartoonfiguur. “En jij bent groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk”. Deze jongen kan ieder recht of onrecht omplooien tot de grootste misdaad tegen zijn persoon. Hij heeft een overdreven rechtvaardigheidsgevoel tegenover zijn klasmaatjes, zijn broer, maar vooral tegenover zichzelf. Spreek aub niet over hem in de derde persoon bijvoorbeeld. Nimmer zal hij dit positief opnemen. Maar iemand helpen, daarvan wordt deze jongen werkelijk gelukkig. Tenzij hij ziet dat zijn broer hetzelfde niet wordt gevraagd. En voetballen, sporten en ravotten natuurlijk. Herkenbaar. Deze jongen is zeker geen peer te noemen. Voor deze jongen zie ik de valkuilen ook. Hij is nu elf en zit in het vijfde studiejaar. Hij heeft reeds een lange weg afgelegd – vergelijk het wat met Anger Management – en doet het meer dan prima op school nu maar ik houd mijn hart vast voor zijn tienerjaren. Want ergens vermoed ik dat zijn valkuilen nog groter zullen zijn dan die van zijn broer. Koffiedik kijken en bang afwachten. En hopen dat het goed komt.

En blijven herhalen, maar wat een fantastisch voetballertje, wat een geweldige bescheiden jongemannen, beleefd, de ene is een harde werker, de andere een romantische dromer, en oh jongens… Wat zijn ze knap ook, net hun vader destijds (over het nu zwijgen we beter – hihi). Die jongens slaan gegarandeerd de mooiste en liefste meisjes aan de haak. Zonder daar al te veel moeite voor te doen. Help, weer zo’n valkuil?

 

Is twijfel echt de waakhond van het inzicht?




Twijfel is een slechte raadgever, naar het schijnt. En er zijn ook andere uitdrukkingen rond twijfel…

Twijfel is het begin van wijsheid.
De moeilijkheid met de wereld is dat de dommen zelfverzekerd zijn en de verstandigen met twijfel vervuld.
Twijfel is de waakhond van het inzicht.
Hoe meer kennis, hoe meer twijfel.
Het beroerde is, dat de twijfel zich veel beter laat verdedigen dan de één of andere visie.
Twijfel is het einde van een kampioen.

Bovenstaande uitdrukkingen zijn slechts een greep uit talloze citaten van slimmere mensen dan mezelf. Ze geven duidelijk aan dat er pro en cons zijn aan twijfels en dat de slimme jongens uit de klas het misschien onderling zelfs niet eens geraken. Twijfel is mij niet vreemd, dus ik zou mezelf dan ook de positieve uitdrukkingen kunnen aanmeten op een slechte dag. Een dag waarop ik twijfel aan alles, aan mensen rondom me, aan mezelf. Een zwarte dag, een dag waarop alles niet gewoon lijkt te mislukken, maar het ook daadwerkelijk doet. Dan wil je de brui eraan geven, alles neerleggen en naar buiten wandelen. Wat in de regen gaan staan, misschien zelfs een potje huilen. Of gewoon je bed induiken.

Waar komt die twijfel (aan mezelf) vandaan en is het toeval dat dit nu net bijna altijd op een donderdag voorvalt? Mijn twijfels en slechte dagen bundelen zich doorgaans in een donderdag en/of een vrijdag. En toeval bestaat niet. Nu, volgens een collega van mij bestaat toeval wel want anders hadden ze daar toch geen woord voor uitgevonden zeker.  🙂 En daar valt geen speld tussen te krijgen. Neen, toeval is het niet, ik heb er al een tijdje last van. Steeds weer op vrijdag en vaak begint dat dan al op donderdag.

De reden ligt voor de hand. Ik ging mijn kinderen ten tijde van schrijven de volgende dag uitzwaaien, vrijdag. Aan mensen die zich niet zoveel kunnen voorstellen bij dat tweewekelijkse uitzwaaien: Stel je voor dat je kindje om de twee weken een week op kamp gaat. Ja, dat gevoel kent uw wel he? Het gesnotter? Wel, herhaal dat zo’n 26 keer per jaar ipv die zeldzame keren in de vakantieperiodes en weet dat het  zelden makkelijker wordt pakweg de eerste twee jaar. Godzijdank heb ik een nieuwe liefde, een schat van een dame die me ondersteunt. En een heel drukke agenda. Dat helpt ook. Vluchten mag wel niet eeuwig duren maar is soms noodzakelijk. En kan ook fun zijn. Vluchten in een etentje, een concertje, een avondje uit, wat weekendwerk. Zelfs op de bank zitten met twee verlicht een beetje.

Dat is de donkere kant van de medaille, er is ook altijd een ander kantje, godzijdank. Zo zit ik hier nu, vandaag exact een week later, met een extreem brede smile op mijn gezicht en gelukkig te tokkelen op dat toetsenbord van me. Geen vraag is mij teveel vandaag. Ik help iedereen met een knipoog, een glimlach en de kwinkslag krijg je er gratis bij. Flauwe moppen zijn alom aanwezig. Vanavond ga ik de kids namelijk oppikken en trappen we naar gewoonte het weekend op gang met frietjesavond en film! Ongetwijfeld en godzijdank gaat de film me sneller vervelen dan het gezelschap vanavond. Frietjes bakken en grapjes maken, de vorderingen in het “skaten” gadeslaan, kietelen, kietelen, ravotten en nog wat kietelen. En morgen een verjaardagsfeestje voor mijn rocking teenager! Oh yeah baby, ik kijk er naar uit!!!

Oja, om met een grappige noot af te sluiten: ik vond nog één leuke doch irrelevante uitdrukking (met het woord twijfel erin vervat) die ik per toeval tegenkwam tijdens mijn zoektocht naar uitdrukkingen rond twijfel:

Een vrouw kan zonder twijfel een geheim bewaren,
als haar maar niet verteld wordt dat het een geheim is.

En dan was er dat moment waarop…




Je zit in een relatie met een wondermooie lieve vrouw. Alles zit mee. De kids houden van haar, zij houdt van de kids. Je woont praktisch samen, alles loopt vlot. Er is vertrouwen, respect en liefde. Veel vertrouwen, maar is dat genoeg?

Jij hebt jouw leven, zij het hare. Je kids zitten tegen hun wil gevangen in een week-week systeem. Zij hebben daar geen keuze in en laten zich ook ontgoocheld uit wanneer ze de aandacht niet krijgen die ze verdienen, door jouw werk, door omstandigheden. Dat merkte je eerder al. Maar je evolueert samen met haar naar een vaste relatie, je denkt al aan samenwonen, je begint al te dromen. Je droomt ergens al wat om het leuke deel van dat oude leventje van je terug op te rakelen, je begint namelijk terug aan je hobby’s te denken. Maar wie vangt die kinderen op?

Durf je het haar vragen? Wanneer vraag je het? Natuurlijk durf je het haar vragen. Nu vraag je het haar want je verkeert namelijk al zes maanden en de band met je kids is steengoed. De kids sturen haar vaker berichtjes dan jou tegenwoordig. Je vraagt het haar, ze zegt ja met een glimlach. Je bent gezegend. So far so good, je kan terug gaan trainen, gaan voetballen, gaan god-weet-watten. God-weet-watten, dat zou nu nog eens het woord van 2018 mogen worden voor mij. Je bespreekt en spreekt af. Bedtijd om half tien. Tandjes poetsen natuurlijk. Je weet dat ze de kids misschien wat meer vrijheid geeft als wat jij normaal doet.

Je vertrekt. Het doet wat vreemd aan, die eerste keer. Je gaat god-weet-watten en het voelt goed aan, maar toch wat vreemd ook. De stemmetjes in je achterhoofd gaan in dialoog.

“Zouden ze het goed stellen?”

“hmmm, ik weet het niet hoor…”
“Natuurlijk stellen ze het goed, pipo.”

“Zouden ze wat flink zijn voor haar?”

“Wat denk je zelf? Die jongens zijn superflink. Ze zijn zelfs flinker bij haar als bij jou”

“Zou den oudste aan ’t studeren zijn? Of op de PS4 aan het spelen?”

“Hij had geen huiswerk en hij heeft vrijheid ;-). Trust him.  Trust her. Trust them for God’s sake”

Het is een vreemde ervaring. Maar je komt thuis om tien uur. Iets later dan verwacht. Je lacht. De kinderen zijn nog wakker. Alles is in orde. Geen vuiltje aan de lucht. En je lacht opnieuw. Ze namen mss wat meer vrijheid als wat jij dacht, maar doe jij dat zelf ook soms niet? Tuurlijk wel, jij bent daddy cool. Nu heb je er gewoon een mamaplus cool bij. And you love it! Want je kan weer god-weet-watten. Iedere week.

Help, helper, helpst




Jullie kennen mij al een beetje, neem ik aan. Mijn karakter ga ik hier niet beschrijven maar wat ik wel kan zeggen is dat ik behoorlijk behulpzaam in het leven sta. Overdag help ik mensen met IT-problemen en sta ik business leaders bij in het uitvoeren van complexe IT-matige projecten. Ik word te pas en te onpas opgebeld om problemen te fiksen, om mensen te helpen in nood. Daar word ik voor betaald, daar ben ik voor opgeleid. Als voetbalcoach heb ik een groep jongeren geholpen toen hun coaching te wensen over liet. Ik heb hen drie jaar lang begeleid en geholpen, ik heb hen dingen geleerd, ik heb hen bijgestaan. Als instructeur op een hondenschool begeleid ik wekelijks mensen die wedstrijden spelen. Kosteloos leer ik hen tips and tricks en geef ik met plezier mijn rijke ervaring uit handen, zodat zij eruit kunnen leren. Een zeer goede vriendin van me startte 6 jaar geleden een bedrijf en had IT-ondersteuning nodig. Ok, deze was niet gratis, maar mijn hoofdzakelijke beweegreden was haar avontuur ondersteunen en begeleiden. Ik heb haar begeleid naar een niveau waar ik niet meer in mee kon spelen, daarvoor werden ze te groot en bleef ik – haha – te klein. De complexiteit van een IT-infrastructuur kan je op dat moment niet meer beheren na je uren, in je vrije tijd. In die zes jaren kan ik met het hand op het hart zeggen mijn uiterste best gedaan te hebben om te helpen.

Ik ben een opgeruimde jongen en durf mezelf vaak op de laatste plaats zetten. Zo voed ik namelijk mijn kinderen ook op. Hun noden gaan voor op de mijne. Maar het is breder als dat. Wanneer ik op straat een oude dame of een pas gevallen jongen zie die wat hulp nodig heeft, inderdaad, dan ga ik ongevraagd helpen. Even een sleutelbos oprapen, een jongen zijn fiets rechtzetten na een valpartij. Je kent ze wel, die alledaagse dingen.

Dat is wellicht het meest nobele trekje dat ik van mijn ouders meekreeg in mijn jeugd. Hoewel zij zelf hun eigen problemen niet konden oplossen, sprongen ze wel te pas en te onpas in de bres voor mindergelukkigen. Zo nam mijn moeder ooit de bevriende buurman in huis die net dakloos was geworden. Hij bleef uiteindelijk meer als een jaar bij ons. Voordeel: het was een muziekkenner en hij introduceerde me tot enorm goede muziek, gaande van Rory Gallagher tot Wim De Craene tot Boudewijn De Groot tot  Rainbow tot… Hij liet me ook een geweldige platencollectie na en hij had een fantastische duitse herder die mijn ouders er met plezier bijnamen. Een andere keer namen mijn ouders een zoon van een vriendin in huis toen zij met haar minderjarige kinderen in een vluchthuis vertoefde waar meerderjarige mannen niet waren toegelaten. Gerard was 19 of zo en werkte in de fabriek. Ook van hem leerde ik weer toffe dingen. En ook hij verbleef een jaar of langer in ons krotje. Al kommer en kwel was het nu ook weer niet. Alleen hadden mijn ouders zelf geen “rotte frank” om rond te komen op het einde van de maand. Mijn beide ouders zaten bij het Rode Kruis als verplegers. Opnieuw, steeds weer opnieuw mensen gaan helpen maar zichzelf niet kunnen helpen.

Is er een rode draad? Allicht is er een rode draad. Sommige dingen zitten in je spreekwoordelijke DNA ingebakken. Dat “helpen” heb ik van hen geërfd. Het staat me voor dat ik het op andere vlakken anders en wellicht beter doe maar naast dat “helpen” van ze heb ik helaas ook dat “ik heb helemaal geen hulp nodig” geërfd. Neen, ik ga niet om hulp vragen terwijl ik weet dat ik dat beter kan doen. Ja, ik heb hulp nodig gehad. Iedereen heeft wel eens hulp nodig. Hulp vragen is geen schande. En toch. Ik ben koppig en ik volhard. Tot in de boosheid. Amen.

Gisteren, zondag 3 juni 2018. Rommelmarkt in mijn straatje. Fantastisch. Samen met mijn vriendin wat kuieren vlak voor ik moest vertrekken naar hartje Antwerpen om daar met mijn hondje een wedstrijd te gaan spelen (oja, mijn liefde voor honden, die erfde ik ook van mijn ouders – je ziet, er zijn altijd goede dingen die je erft ook). Geweldig moment eigenlijk. Ik vond enkele fantastische cd’s, kocht een paar tweedehands boeken, twee geweldige verzamelstukken, miniatuur ferrari en lamborghini voor de kids, vond een geweldige klok om op te hangen (vinyl-plaat in glas, retro, de max gewoon). Juist, ook een heggeschaar tikte ik op de kop bij één van mijn buren. Ideaal, want ik moest al zeker een week, misschien twee, mijn haag geschoren hebben. Ik wist dat mijn buurman er al bijzonder negatieve opmerkingen over had gemaakt, tegen mijn vriendin nota bene, in de meest affronterende, denigrerende en ronduit beledigende taal. En dat maakte mij wel wat boos maar goed, het is een senior met een andere visie op het leven en een geheel anders wereldbeeld. Maar ik had geen heggeschaar en zou er zeker geen halen bij mijn ex. Koppig. Halsstarrig. Geen hulp nodig. Einde van de maand vorige week, ’t uit te geven geld was op, kopen was dus ook geen optie. Sja, dan maar even zo he. Nu goed, die heggeschaar was een fantastisch koopje. 25€ en ik was gered. En ik kon mijn weg naar huis vervatten. De heggeschaar kreeg ik morgen wel van de buren. We kuierden terug naar huis.

Misschien moet ik even ingaan op de “negatieve” buurman. De man is ergens in de 80 en komt dus uit een ander tijdperk. Gepensioneerd natuurlijk. Zijn tuintje is dermate perfect dat je bang zou zijn er over het gras te stappen. Zijn voortuintje is een voorbeeld voor velen, inclusie ik dus. Hij had me eerder al eens aangesproken over de lengte van mijn gras. Dit was nog in de donkere maanden. Toen ik thuis kwam als het reeds donker was of het gewoon kleddernat en onmogelijk was om je gras te doen. Ik was voetbalcoach, weg op zaterdagochtend en wedstrijdspeler met mijn hondjes, dus ook weg in de namiddag en op zondag. Toch reed ik mijn gras af. Maar ik deed mijn kantjes niet. Kleine ludieke rel daarover. Glimlachend hoorde ik zijn ludiek relaas aan en aanvaardde ik zijn graskant-schaartje. Zat ik daar mooi met een mechanisch schaartje alle kantjes bij te knippen (de blaren nam ik er met plezier bij). Buur tevreden, iedereen tevreden. Een tijdje later kreeg ik opnieuw de vraag over mijn graskantjes. Geen probleem, begin van de maand, we kopen zelf zo’n graskant-schaartje. En opnieuw zaten we met de glimlach op het gezicht de graskantjes bij te knippen.

Tegenwoordig staat mijn grasmachine ook onder een week-week regime. Terwijl mijn kids naar mijn ex gaan, neem ik de grasmachine namelijk om de week mee bij m’n vriendin waardoor beide tuintjes iedere twee weken netjes worden afgereden, inclusief graskantjes. Vind ik zelf grappig, dat week-week regime. Een mopje voor op cocktailfeestjes of waar je toch minstens 1 persoon mee aan het lachen krijgt (jezelf meestal ma bon). 🙂

Terug naar gisteren, we kuierden terug naar huis. We dropten onze spulletjes, ik bekeek de fameuze haag en had zoiets van “jij wordt kortgeschoren”. We maakten ons klaar, een vriendin kwam mij oppikken om naar Antwerpen te rijden toen mijn buurman naar buiten kwam, cognac in de hand en behoorlijk dronken. Hij beschimpte me plots op straat en noemde me een “vieze vuile vent die niet doorheeft dat hij te midden van mensen woont”. Hij riep, hij brieste en wat erger is, hij liet me niet reageren. Ik werd boos, hij was dat al, maar ik haalde hem snel en stevig in. De rommelmarkt hield even op. De mensen waren met verstomming geslagen. Ze hielden halt en wij? Wij hielden het oog van die talloze toeschouwers terwijl hij maar bleef gillen en schreeuwen. Andere buren zijn dan moeten tussen komen in het conflict om hem tot bedaren te krijgen. Ik moest hem negeren, wegwandelen en vertrekken. Drie uur later stond ik nog steeds met de daver op het lijf, niet van schrik zozeer maar omwille van mijn harmonie die om zeep was. Het tafereel bleef zich voor mijn ogen afspelen.

Nu goed, gisterenavond, hoop en meen ik deze senior te kunnen hebben overtuigen dat zijn gedrag niet ok was. Ik meen zelf een flauw en gemompeld excuses gehoord te hebben, ferm tegen zijn zin. Volgende week moet die haag eraan geloven, dan weer ferm tegen mijn zin. Eigenlijk wou ik ze “in plan” gelaten hebben tot na de zomer. Maar goed, zo ontstaan de echte burenruzies en vetes. Een goed gesprek lost zoveel op.

Maar waarom is het voor mij zo moeilijk om gewoon om hulp te vragen? Ik vertelde ondertussen verschillende mensen reeds de anekdote van gisteren. Voor de goede verstaander, die haag was echt niet overdreven, jammer genoeg geen foto’s, maar ze kon beter. Nu, wat ik toen hoorde van de mensen aan wie ik dat verhaal vertelde was het volgende: “Maar waarom heb je me niet even gebeld, ik heb een haagschaar die je kon lenen”. Deze reactie kreeg ik van minstens drie mensen. Een bevriende tuinier wist me gisteren zelf te zeggen “Maar Koen, ik heb er eentje liggen die ik niet meer gebruik, die mag je gerust gratis hebben”. Ik trek het met dit voorbeeld misschien wat in het ridicule maar het is o zo tekenend dat het soms toch zo moeilijk is om hulp te vragen. Maar om hulp gevraagd worden of een hulpbehoevend persoon zien en helpen is dan weer een aangeboren eigenschap.

Hebben jullie het daar ook zo moeilijk mee, met om hulp vragen? Ik vind dat ik mezelf heb gerealiseerd en ik weet waar het vandaan komt, maar verdorie toch. Het is zo moeilijk om om hulp te vragen. Een werkpuntje voor mezelf, zonder twijfel.

Ik lees het graag van jullie.

Adios en tot de volgende!

Eén kaartje




Ex-schoonfamilie en vooral het ontbreken van een eigen familie. Dat is iets wat na een scheiding soms pijnlijk duidelijk wordt. Vroeger, tijdens het huwelijk waren er feesten. Niet dat dit voor mij zo belangrijk was voor mezelf, maar kindjes denken daar anders over. En zelfs als de feesten niet zo belangrijk voor ze waren, de kaartjes die ze ontvingen was het misschien wel. Stel dat ze ooit trouwen dan weet ik dat de verhouding in familie 2 tegenover 12 ofzo zal zijn op het feest.

Maar ook nu valt dat verschil in aantal familieleden enorm op. Na de scheiding waren er plots twee huizen. Bij de mama en haar grote familie staat de kast vol kaartjes bij elke verjaardag en elk feest. 5 keer eitjes gaan rapen rond pasen, de sint die op 5 verschillende plaatsen komt, … En tijdens een weekje op kamp met de scouts is het 5 kaartjes van hen tegenover ééntje van mij. Bij mij staat er bij verjaardagen en feestjes slechts één kaartje, het kaartje dat ik mijn kindje gaf. Zij het met veel liefde, maar het is wel maar één kaartje. De sint komt hier maar één keer net zoals de paashaas. Gelukkig slaan ze mijn huisje niet over.

Nu gelukkig zijn kaartjes niet alles. En familie kun je vervangen door vrienden. Echte vrienden zorgen ook voor warmte en steun. Die warmte mocht ik gisteren ervaren en ik merkte ze deze ochtend nog steeds aan de lach van mijn kindjes. Soms is het leven meer dan één kaartje …

Kids… ’t klokje tikt voor iedereen…




Ik ben 37 jaar (oké oké binnen 2 weken 38, maar nu dus nog 37) en ik heb 2 kinderen. Mijn kinderwens is vervuld. Niet alleen dat…ik heb echt het gevoel dat de tijd van baby’s gepasseerd is bij mij. Die trein heeft het station verlaten.
Maar ik merk wel dat heel veel mannen (en wellicht ook veel vrouwen) op deze leeftijd nog geen kinderen hebben, maar er nog wel graag willen. En dus zijn die potentiële of potentie volle mannen geen match voor mij 

Mensen nemen steeds meer op latere leeftijd kinderen. Hoe komt dat toch? Waren ze voordien bezig met hun carrière en is het moederhart of vaderhart pas laat beginnen kloppen? Of hadden ze geen juiste partner of andere problemen? Denken ze na over ‘later’?

Soms kiezen vrouwen die al lang single zijn er bewust voor om alleenstaande moeder te worden en te werken via een donor. Waarom ook niet? Als je zeker bent dat je een kindje wil…dan gaat dat.

 

Enkele jaren geleden heb ik overwogen om een kindje te adopteren. Financieel konden we dat en ik had het gevoel iets te moeten doen om een kind een thuis te geven. Mijn ex man dacht echter nooit dat kind even graag te kunnen zien als zijn eigen bloed. Bovendien was de wachttijd 8 jaar, wat ik dan weer een veel te lange procedure vond.

Gezien het standpunt van mijn ex man stel ik mij de vraag: wie heeft er ervaring met kinderen van een andere partner graag te zien? Zou je een man of vrouw met kinderen nemen als je er zelf geen hebt? Zou je een alleenstaande ouder worden indien je kinderwens groot is…En zou je ooit denk je, je laten overtuigen door een nieuwe partner om toch nog samen een liefdeskindje te maken?

 

 

Mine, yours , ours #KIDS!!!!




En plots blijk ik plusouder te zijn…

Je leert een fantastische partner kennen maar ook die heeft een energiek pakketje mee van kleine of grote kids. Kids die hun plekje opeisen in de nieuwe relatie en die een deel van de energie en tijd van de partner vragen. Sommige zijn enkel aanwezig om de 2 weken in het weekend, de andere kinderen zijn er altijd of er is een flexibele regeling.
Hoe je het draait of keert een grote puzzele en zoeken naar een gezond evenwicht.

Je hebt zelf al dan niet eigen kinderen of misschien nog een onvervulde kinderwens. Wie zelf kinderen heeft , heeft ook een opvoedingskader met waarden en normen. De ene ouder is streng de ander wat minder.

Het is een situatie die vaak voor wrevel zorgt. Het verschil in opvoedingspatronen, een partner die jouw kind wijst op zijn negatief gedrag of een uitgesproken mening heeft over jouw aanpak. Of omgekeerd jij die je bedenkingen hebt bij de opvoeding of aanpak van de ander.

Ik weet voor mezelf dat ik de klik met mijn kinderen en nieuwe partner heel belangrijk vind en het liefst iemand met kinderen in mijn leven heb, die begrijpt waarom ik bepaalde beslissingen neem.

Mensen die hier reeds ervaring mee hebben? Hoe gaan jullie hiermee om? Kan je verdragen dat een ander jouw kind aanspreekt op gedrag? Zou je jouw vervulde kinderwens nog bijstellen om je nieuwe partner tevreden te stellen?

nutsy.jpg