Prins Carnaval

Iets voor middernacht kwam het dak helemaal naar beneden op mijn hoofd en het stof hangt nog in mijn kleren, figuurlijk dan. Ik stond op het punt slapen te gaan toen ik me realiseerde dat mijn lieftallig vrouwtje nog niet thuis was. Ze was iets gaan drinken met wat vriendinnen. Haar telefoon gaf geen gehoor, wellicht amuseerde ze zich kostelijk. Blij voor haar.

Wat ik toen deed, had ik beter niet gedaan. Of misschien net toch wel. Ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Het was niet ok, maar het bracht me uiteindelijk wel besef. Wat er me toe dreef, was wellicht dat onbehaaglijk gevoel van wantrouwen dat al enkele jaren de kop op stak in onze relatie. Het gemis aan oprechte liefde, het gevoel dat de zeepbel uit elkaar spatte aan zo’n tergend traag tempo dat het geheel eigenlijk niet eens zo absurd en fout klonk. Berusting en gewenning traden op en er was occasioneel eens seks. Slechte, passieloze, liefdeloze en lege seks, toegegeven maar wel seks. Ik blijf uiteindelijk een man, niet? Nu, een lang verhaal kort, ik checkte de locatie van mijn vrouw via een handige feature op onze gelinkte smartphones. Altijd handig als je elkaar of gewoon je smartphone kwijt bent. Nooit installeer ik allicht nog zo’n app.

Ik ontdekte dat ze bijna thuis was, slechts 500 meter van ons huis verwijderd. Maar zo bleef het ook de hele tijd, 500 meter van huis verwijderd, geen beweging. Ik ging kapot aan achterdocht, nam mijn sleutels en ging op stap. De reservesleutel van de wagen op zak. Eigenlijk wist ik heel goed wat ik kon verwachten en wat ik toen deed. 500 meter verder vond ik inderdaad onze wagen terug voor een huis, leeg. Geen spoor van mijn vrouwtje. Goedgelovig en naïef ben ik zeker maar noem me een halfzachte mongool en het plat van mijn hand vindt je kaak wel, wees gerust. Ik opende de wagen met de reservesleutel en parkeerde de wagen een eindje verderop, uit het zicht. Ik ging huiswaarts. Ik wist wat ik wist. Het deed pijn toen de zeepbel uiteindelijk stuk spatte, heel veel pijn. Ik ging slapen.

Nuja, slapen, dat lukte me niet echt. Woelen, dat wel. Enkele luttele uren later, ik wil me niet voorstellen hoe lekker dat feestje wel niet was, kwam ze thuis. Paniek. Ze kon niet binnen (sleutels lagen nog in de wagen). De kids en ik lagen te slapen, wist zij veel. De auto was gestolen. Aanbellen durfde ze niet, dus stond ze maar wat te roepen aan het open raam van onze slaapkamer. Ik negeerde haar. Blijkbaar kon ze mijn oudste zoon wekken die haar binnen liet. Ze kwam me wekken en deed me het verhaal hoe de wagen werd gestolen toen zij en haar vriendin nog iets aan het drinken waren in een cafeetje om de hoek. Vreemd, want dat cafeetje lag nog enkele kilometers verder dan de plek waar ik de wagen terug vond. Hoogst merkwaardig verhaal maar ik deed alsof mijn neus bloedde en trok mijn kleren aan. Toen ze me vroeg wat we gingen doen, zei ik dat we naar die plek gingen wandelen want misschien had ze het verkeerd gezien en stond de wagen er toch. Tenslotte moesten we toch de politie bellen indien de wagen echt was gestolen, niet?

De hele weg naar de wagen bleef ze maar verzinsels vertellen tot ik haar ermee confronteerde. Lijkbleek trok ze weg. Bedrog. Met prins Carnaval. Prins Carnaval Marginal, een gast zonder toekomst, een gast die ik nu nog steeds met plezier in elkaar zou timmeren. Terwijl ik hem eigenlijk dankbaar hoor te zijn. Dubbel. Ik denk dat daar en dan mijn relatie eindigde. Voor mij althans. Voor haar was de relatie reeds lang voorbij. Alleen had ze nooit de moed gehad of het lef gevonden om daar gevolg aan te geven.

We zijn allen slachtoffer én dader, vermoed ik. Ik ben zelf geen heilige maar die nacht voelde ik me net een tikkeltje meer slachtoffer dan dader.

Goe bezig, wij zijn goe bezig…

Even een kleine update. Het is ondertussen 7 maand geleden dat Miquel, Miguel en ik dit project gestart hebben. Wat een hectische 7 maanden zeg. We tellen ondertussen net iets meer als 2000 leden bij Singles 4 Fun maar als we er even de andere communities bij halen, gaan we al snel de kaap van 3000 over. En op ieder evenement opnieuw leren we de meest bruisende en energieke zotten kennen.

 

Avondwerk, nachtwerk, weekendwerk, niks is ons teveel geweest voor dit projectje van ons. Een stemmetje in mijn achterhoofd zei me dat de passie ooit zou wegebben. Misschien is me dat zelfs letterlijk mee gedeeld en toch staan we er nog, met nooit meer passie als vandaag. Eind december vieren we ons eerste jaar, ik kijk er alvast naar uit. Voor de geïnteresseerden, we plannen dan ook zeker nog een fuif deze nazomer. Misschien kunnen we daar al een testje doen en eens kijken of tonen hoe zo’n fuif eruit hoort te zien, een fuif waarop we met zijn allen een feestje kunnen bouwen zoals nooit tevoren. Houd ons in de gaten, niet enkel voor de fuiven.

Ja, geweldige maanden liggen achter ons en we blijven dag per dag steeds meer en weer bijleren en evolueren. Waren die 7 maanden allen geweldig? Ja, ze waren geweldig al zaten er periodes tussen waar we met gemengde gevoelens het hele gebeuren ervaarden. Halve maar ook hele Burn-outs, ruzies en discussies hebben er zeker tussen gezeten. En toch staan we nog steeds verenigd in ons doel. Ongelooflijk toch hoe zo’n uiteenlopende karakters samen toch zoiets moois uit de grond konden stampen. Toen Fré ons kwam vervoegen, was dat eigenlijk geen moment te vroeg. De hulp die we in Fré gevonden hebben, kunnen en mogen we niet onderschatten. Hij is een aanwinst gebleken, op alle vlak. Verantwoordelijk, respectvol, behulpzaam en humoristisch. Humor is belangrijk geweest, essentieel zelfs.

Interne ruzies en discussies? Ja hoor, die heeft iedereen en die hebben wij ook gehad. En door middel van eerlijke communicatie hebben we die allen weten op te lossen. En we doen door. Externe? Jip, die ook, natuurlijk. Met partners, met sponsors, met leden. Telkens die discussie aangegaan op een kalme, neutrale manier. Deze week leerden we bijvoorbeeld dat we niet telkens zelf die discussie moeten aangaan. Een wat meer negatieve topic werd gelost en het was hartverwarmend om te zien hoe jullie voor ons de lans gebroken hebben en ons geweldige complimenten doorstuurden over wat we bereikt hebben met jullie, voor jullie en door jullie. Aan deze mensen, bedankt!!!!

Als ik even heel eerlijk naar mezelf kijk en mijn People 4 Fun verslaving onder de loep neem, moet ik zeggen dat ik eigenlijk constant met dit bruisende project van ons bezig ben. Ik heb een schat van een vriendin die me zelfs steunt en meedenkt met ons. Ik kan bij haar alles kwijt, mijn goede ideeën, mijn slechte ideeën die ze dan heel direct buiten schopt. Hetzelfde geldt voor Miquel en Miguel, zij zijn er ook constant mee bezig. En ook constant beschikbaar voor ons. Miguel geniet momenteel van zijn welverdiende reis met zijn zoontje maar geen dag gaat voorbij zonder hem in de groepschat. Binnenkort gaan Miquel en ik op verlof en dat gaat volgens mij niet veel anders zijn. Ook Fré springt virtueel dagelijks binnen. Het werk dat wij erin steken? Het lijkt niet zo veel he? Je zou eens moeten weten. Sommige werkdagen eindigen voor ons zo rond half één ’s nachts. Zonder verlofregelingen ploeteren wij verder. Maar het is allemaal zo boeiend gewoon. De mensen die wij hier reeds leerden kennen, het genot als we eens een koppeltje zien gevormd worden, de nieuwe dingen die we doen, het innovatieve geheel, de experimenten die we aangaan, de tips die we krijgen van jullie, de spontane werkgroepen die zich vormen. Ja, we zijn op een moment gekomen dat jullie spontaan ons zijn beginnen ondersteunen. We werken nog steeds even hard en lang aan dit project, ook al voelt het niet als werken aan. Dat merkte ik dit weekend heel duidelijk op de Single Shooting Days. Was dat werken? Ja, dat was werken. Maar het voelde zo niet aan, zou het misschien gewoon de passie van het geheel zijn. Jullie, de leden, onze verslaving? Beter willen doen? Goed willen doen?

Ik wil even dit zelf gebouwde, ietwat gekunstelde, momentum gebruiken om de mensen te bedanken die ons ondersteunen, uitdagen en vooruit stuwen. Zonder hen bij naam te noemen, want dat heeft niet iedereen even graag.

Schrijversgroep

Ik was geboeid door bepaalde inzendingen van bepaalde leden en stilaan rijpte het idee bij ons om een schrijversgroep uit te bouwen. Mensen met een gouden hart en een vlotte pen. We hebben ze gevonden maar tegelijkertijd zijn we nog steeds op zoek naar versterking. Vijf schrijvers zijn ons spontaan komen helpen. Met hen brainstormen we bijna dagelijks over mogelijke onderwerpen op onze site. De andere leden in de community mogen we zeker ook niet vergeten door hun vele inzendingen. Vele van deze halen de website op een zeer originele en unieke manier (waarvoor we hoofdzakelijk één beheerder te danken hebben). Bedankt, schrijvers!! Jullie maken het de moeite.

Promotiegroep

Deze flyerende groep bestaat al langer maar ik heb ze pas de laatste weken een naam gegeven toen bepaalde leden (ik noem opnieuw geen namen) zijn opgestaan om ons ook daar te ondersteunen. Meedenken met ons promo-materiaal-idee, spontaan aan ons te denken, ons in de verf te zetten op de Foute Party, om ons dit weekend te promoten op Rock Werchter, door mee te denken over onze logo’s. Een spontaan chatgroepje werd vorige week geboren. Aan deze mensen, bedankt! Jullie dragen ons goed gevoel uit! Ook de mensen die ons volgen op Instagram, Twitter en Youtube. Jullie ook bedankt! De mensen die onze posts delen op hun eigen tijdslijnen? We simply adore you all!!!!

Evenement organisators

Evenementen organiseren, ’t is een heel pak werk voor beheerders. En ja, de beheerders zijn nog wat onderbemand in bepaalde provincies maar daarvoor hebben we de evenementen organisators, de mensen die spontaan opstaan om ons te helpen op evenementen, bijvoorbeeld door samen met een beheerder een bbq te organiseren in zijn eigen huis, een aperitief in zijn eigen flat, of door bijvoorbeeld hulp aan te bieden op ons weekend in d’Ardennen. Aan deze mensen, bedankt! Jullie zijn spreekwoordelijk jullie gewicht in goud waard.

Andere

Leden die ons via Trooper ondersteunen, leden die ons financieel hebben geholpen, leden die ons vooruit stuwen, ieder lid die bij ons reageert en de boel opfleuren met hun positieve vibes, basically everybody here, bedankt! Door jullie doen we verder, voor jullie doen we verder en misschien nog belangrijker, MET jullie gaan we verder, veel verder!

Iemand vergeten? Sorry, jij ook bedankt natuurlijk!

Vakantiezucht. Vakantie. Zucht.

Vroeger ging ik steevast, onder lichte dwang, met mijn ex en de kinderen op reis naar Turkije. Eigenlijk was dat steeds een heel klein beetje tegen mijn zin. Ik zag daar echt tegenop. De verschillen tussen mij en mijn ex vertaalden zich op reis in het steeds weer terugkomend conflict en het daarbij horende compromis. Vertaald: zij wou het liefst van al aan het zwembad liggen bruinen met een Daiquiri in de hand en genieten en zalig te niksen. En gelijk had ze. Een heel jaar werken en dan iets meer als een week in de zon liggen uitrusten. En niet op het strand liefst want dat zand plakt, is te heet, er zitten schelpjes in, blablabla…



Ik ben zelf zo niet aan uitrusten. Na dag één heb ik het doorgaans al gezien, uit verveling en als inhaalmaneuver verslind ik dan enkele romans aan het zwembad, afgewisseld met gestoei in het zwembad met de kids. Het compromis dat ik destijds met mijn ex had gesloten was ieder een dagje. Een dagje zwembad gevolgd door een dagje cultuur of een dagje avontuur. En veel foto’s nemen, dat was ook mijn job.

De zaken waar ik mij aan ergerde aan die reizen? Ik som ze graag even op.

Zatte Duitsers, opvliegende Russen met ongemanierde ettertjes en natuurlijk ook de opdringerige Nederlanders

En altijd slaag ik erin om ruzie te hebben met andere toeristen. Nu, met zatte Duitsers heb ik liever geen ruzie, met hen drink ik in extremis liever een pintje mee om me dan stilletjes te verwijderen. Er is iets aan hun taaltje dat me waarschuwt, ook al zijn ze in goed humeur. Het ligt gewoon aan mij maar ik hoor steevast zo’n agressieve ondertoon, daar kunnen zij helemaal niets aan doen hoor. Maar als ze je aanspreken, heb je eerder het gevoel dat je iets bevolen wordt. Ook al is ze blond en biedt ze je gewoon een drankje aan.

Opvliegende Russen met ongemanierde ettertjes kwam ik op een bepaald moment jaarlijks tegen in Turijke. De formule is doorgaans all-in in Turkije en het buffet opent om 18u30. Lange rijen toeristen staan reeds aan te schuiven om 18u, rond 18u15 komt het gedrum, de toeristen die proberen voorsteken. Oja, daar keken we steeds naar uit. Want natuurlijk stond ik als vader en gehoorzame partner daar ook steeds vroeg genoeg om die perfecte tafel in het hoekje te versieren, niet te ver van de bar, niet te ver van het buffet. Maar dat willen die 200 andere toeristen ook. Nu, ik had een trucje, ik liet mijn voetballertje een sprintje trekken naar die tafel 😊. Eens aan het buffet gekomen, overkwam het me ooit dat ik in een rij stond aan te schuiven, beleefd en bescheiden, zoals het een echte Belg betaamt. Wanneer plots een Russisch ettertje de lijn inschuift. Natuurlijk wijs je die terecht, niet uit een vorm van egoïstisch zelfbehoud. Neen, uit bezorgdheid voor dat kind. Want dit kind stond reeds op ontploffen en ik wou er niet bij zijn als dat gebeurde. Het gevolg laat zich raden, Russische ouders die geen woord Engels spraken, zagen mijn ware motieven niet natuurlijk en scholden me de huid vol.

En dan hebben we nog de opdringerige Nederlanders. Je gaat even zwemmen, een Daiquiri halen voor je vrouwtje en natuurlijk ook eentje voor jezelf. Tegen de tijd dat je terug komt, zit er al een Nederlander naast je vrouw, op jouw handdoek. De keel schrapen? Neen, dat helpt niet. Je bent beter wat directer in dat geval. “U zit op mijn handdoek”? Neen, niet direct genoeg. Vraag maar ineens of hij niet wil opstaan omdat jij wil gaan liggen. De Nederlander? Ja, die gaat daar mee lachen. Nou, geen probleem, jongen. En ongetwijfeld sta je voor een vriendschap voor het leven, althans het beeld dat hij wil scheppen.

Riemen, Tapijten en Nikea-schoenen

Net geland, een aantal uur op een bus gezeten in de middagzon, zonder airco. Wat slecht geslapen, een beetje last van de rug, enkele uurtjes wachten op je kamer. Maar goed, je bent er. De kamer is ok, de airco werkt. Je gaat naar de lobby en wordt onmiddellijk opgewacht door een gids die jouw groep welkom heet. En enkele spannende uitstappen voorstelt. Een dagje shoppen bijvoorbeeld, dat stond vaak op de agenda vroeger. Twee keer gedaan, één keer in Turkije, één keer in Marokko. Iedere keer weer werden we een gratis koffietje aangeboden of een theetje. En dat werd je aangeboden in een wel zeer charmant winkeltje. Liefst zo heet mogelijk, dat koffietje. Zodat je lang genoeg kon blijven zitten om de wel heel degelijke tapijten te bekijken. Ja, ik heb er dan nog gekocht ook. I know.

Buiten, op straat, langs het strand, kan je het aantal verkopers niet op zeven handen tellen. Ik denk dat ze landmeters inschakelen om de correcte afstand te bepalen tussen twee verkopers. Exact 13.5 meter tussen de verkopers en een standje van exact 3m20 waar alle riemen liggen te blinken voor je. En Adadis schoenen, nikea t-shirts, Pamu petjes, Slezanger broekjes, beter, veel beter geprijsd dan in ons arm Belgenland. Twee wasbeurten later… Nu, op zich geen enkel probleem maar ik meen me discussies te herinneren met verkopers. Sja, je wordt het aanklampen wat moe als je even langs het strand gaat wandelen en om de haverklap halt moet houden. Niet iedere verkoper kan er mee om dat je stoïcijns voorbij loopt zonder aandacht te schenken aan zijn standje en zijn waren.

Patsers, Peuters en walrussen aan het zwembad

Een mp3-speler, spotify, je smartphone, oortjes (3 paar), check check double check. Je helemaal kunnen afsluiten voor de buitenwereld. Zalig. En helaas ook broodnodig in mijn geval. Enkele patsers die indruk willen maken op het hele hotel. Het is 13u23, je vreesde er al voor. Die vier stoelen naast je, met de blitse handdoeken, al de hele dag onbelegen. Daar zijn ze, de patsers, ze hebben geen aankondiging nodig hoor. Lekker luidruchtig en gespierd met een dodelijk scherp getrainde knipoog.

Rechts van je, een huilende peuter en een vader of moeder die er niet naar om kijkt, of net wel, op de verkeerde manier. Foute pedagogie, slechte opvoeding, jij zou het anders doen, wat een ettertje of net niet.

En dan heb je nog de walrussen. Jip, tijd voor de oortjes, wat muziek, oogjes toe en genieten maar. Of zonnebrilletje op en nog enkele hoofdstukken lezen.

Vervelende obers

Vervelende obers? Onbestaand, zegt u? Dat klopt, deze obers zijn getraind in klantvriendelijkheid, die worden gegarandeerd je beste vrienden, je kids worden steevast op een grapje onthaald en wist je ook dat ze familie hebben in België? Wel, die overdreven ‘klantvriendelijkheid’ vind ik vervelend. De eerste keren dat het me overviel, vond ik het geweldig. Tot ik het door had. ’t Gaat hem allemaal over de fooi he, naïeveling. Wil je ze te vriend houden, willen zij jouw tafel reeds voor je ‘reserveren’ terwijl je nog niet bent gearriveerd? Wel, spaar dan zeker een potje bijeen om de obers te ‘tippen’.

Brits nachtlawaai

Het is twee uur ’s nachts, we liggen op bed, in een hotel, in een stad, waar niemand je kent en je plots toch weer iets hoort. Het was net stil. De zatte liederen zijn gepasseerd, de kids miniclub heeft de deuren reeds lang gesloten. En dan arriveren de zatte Britten die het nodig vinden om een gigantische rel te hebben met de security, aan jouw deur. De kindjes wakker, zij wakker, jij wakker. Altijd in die volgorde. Vrolijk wordt een mens daar niet van. Eén tip, laat de security het maar regelen, moei je niet. Al moet het gezegd dat de mensen van de security in een hotel niet echt stout mogen zijn tegen de zatte klanten, hoe erg veel kabeel zij ook maken en de andere klanten hun welverdiende nachtrust ontzeggen.

Handdoekje leggen, niemand zeggen….

Handdoekje leggen, niemand zeggen, ik heb het hele uur gezocht, twee paar stoelen heb ik afgewerkt. Twee paar handdoeken heb ik neergelegd. Om 6u13 op dag 5. Ja, op dag 5, ondertussen weet iedereen dat je best wat vroeger een handdoek kan leggen. Daarna kan je altijd nog een uiltje knappen zoals die opdringerige Nederlander je adviseerde. Ook al mag het niet van het hotel. Zo rond 6u worden de stoelen opnieuw geschikt en uitgezet. Nog voor jij arriveert, zie je dat je al niet meer de eerste bent. En soms, heel soms, als je dan na het ontbijt arriveert, ligt je handdoek wat verder in een bolletje. Natuurlijk weet jij welke stoel je had. Die handdoek gaat het zwembad in. En jij vleit je neer. Rust. Zalig. Mogelijks van korte duur. 🙂

All you can eat

Last but certainly not least. All you can eat, is doorgaans de formule. Gratis wegens reeds betaald. Zit in het pakket. Wel, met lede ogen zie je toe en mogelijks zondigen je kinderen er ook aan. All you can eat, is iets helemaal anders als “All you can carry”. De verkwisting, de decadentie, altijd ongeconsumeerd eten dat stil op een bord ligt, never to be touched again. Zonde en mogelijks een schande, but that’s how it goes.

Ja, laat de vakantie maar beginnen. Waar gaan jullie heen? Zijn we nog klachten vergeten? 😊

 

Wat als jij denkt aan jouw schoolgaande jeugd…




schoolrapporten.jpgLaatst hadden we nog eens een klein en besloten familiefeestje ter ere van de verjaardag van Bald Dog Junior. Mijn moeder had voor de verrassing eens een oud rapport van me bovengehaald ook al vraag ik haar dat liever niet te doen of er toch zeker voor te zorgen dat de kids die rapporten nooit te zien krijgen. Angstvallig, zoals Blauwbaard, probeer ik mijn kinderen af te schermen van bepaalde indrukken die ze zouden kunnen opdoen uit mijn schoolrapporten. De meest flatterende en complimenterende opmerkingen ga je er niet echt in vinden. En nochtans vallen deze niet helemaal te rijmen met wie ik nu ben, er gaan althans geen zaken doorschemeren die even “erg” waren als hoe ze daar vermeld staan.

Grotendeels ben ik veranderd maar als ik eerlijk ben? Eigenlijk ben ik grotendeels ook niet zo gek veel veranderd. Mijn gedrag laat soms nog steeds te wensen over, luiheid en speelsheid steken nog geregeld de kop op. Vaak herpak ik me dan wel goed, maar houd ik het niet zo heel lang vol. Misschien moeten de leerkrachten me inderdaad nog steeds hard aanpakken, zodat ik het zelf weer niet moet doen. Dat zou eigenlijk best gemakkelijk zijn, zo een paar leerkrachten in de kast voor noodgevallen (Break in case of emergency). “Ja, kom er maar uit. Den Bald Dog moet weer eens hard aangepakt worden”. Lomp ben ik soms ook nog, maar ik probeer te buigen op empathie en tact, ook al hadden de leerkrachten toen misschien wel gelijk. De opmerkingen die ik lees in mijn rapporten klinken hard, maar oh boy, wat heb ik me toen geamuseerd. En ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik nog eens door mijn rapporten ga. Wat een etter maar wat een tijd, wat een plezier, achter de schoolbanken. Leraren pesten, ruzie stoken, luidruchtig zijn, aandacht vragen,… Ja, inderdaad, misschien is er zo gek veel niet veranderd voor deze blogger :-).

Ik hoorde vroeger de leerkrachten me vaak zeggen dat ik heel goed begon aan mijn taken als student, maar dat de afwerking te wensen over liet. De details werden niet afgewerkt. De essentie van taken en toetsen was steeds goed, maar het maximum van de punten halen in die details… Neen, dat was een onhaalbare kaart. Nu werk ik ondertussen een kleine twintig jaar bij dezelfde werkgever en daar krijg ik in genuanceerde mate nog af en toe een paar van diezelfde dingen te horen. Soms ben je dan nog een beetje lomp. Het niet afwerken van details is vaak storend, ook al werkt je setup, ook al werkt de geïmplementeerde oplossing. Communicatie kan beter. Je kan zo onduidelijk zijn… Een kenmerkend zinnetje voor mij (en ja, daarop werd ik getest) is het volgende: “I really have to focus in order to… Oh, look, a bird….”

Ja, misschien is er au fond nog niet zo gek veel veranderd. Godzijdank is het plezier gebleven. Ik heb geweldige collega’s, schateren van het lachen is het met hen. De meest geweldige humor. En toch, als ik denk aan mijn schoolgaande jeugd…

Als ik denk aan m’n schoolgaande jeugd
oh heerlijke tijd was dat
ah, het deed m’n verstand zoveel deugd
dat ik mij wou verzuipen in bad
al die vriendelijke meesters
de zon op het plein
de leerlingen met bruine boekentas
ach, hoe licht was mijn hart in die tijd
hoezeer kon ik iedereen haten
als ik denk aan m’n schoolgaande jeugd
dan schiet de weemoed mij in het hart

ach, hoe leerzaam was heel die tijd
ik zou niet weten wat
tenzij die enorme rottrap van de leraar tekenen
die mij nooit tekenen gaf
en de proppen die ik mocht rapen van ’t plein
als ik dan ook
een klein kwartiertje vrij had
en de ferme greep van de prefect
waarbij de botten kraakten
als ik denk aan m’n schoolgaande jeugd
dan schiet ontroering mij in het hart

daar gaat de bel van ringeling
‘k Wou dat ik de lucht inging
rijen rijen twee aan twee
best van al gedwee
binnenstromen in de muf
muffe klas alwaar ik suf
zure zweters, dat doet deugd
’t lot van onze jeugd

als ik denk aan m’n schoolgaande jeugd
de glimlach op het gelaat
de selectie wie deugt en niet deugt
de ouders verdrietig en kwaad
ah, wij hebben geen kind om trots op te zijn
de kennissen : o wee, hun vragen doen pijn
als ik denk aan m’n schoolgaande jeugd
dan zeg ik tegen m’n peuters
als ik denk aan m’n schoolgaande jeugd
dan schiet de vreugde mij in het hart

Raymond van het Groenewoud
Mijn schoolgaande jeugd

Je vindt geen peren onder een appelaar… Of toch?




Zucht. 12u26. Net terug op kantoor. Een uurtje geleden kreeg ik telefoon van mijn zoontje en gezien de gelijkenissen tussen hem en mij, zullen we hem hier best Junior noemen, Bald Dog Junior.

JR: “Papa?”
Me: “Hey Junior, wat is er?”
JR: “Mijn huiswerk, je weet wel, wat we gisteren samen voorbereid hebben?”
Me: “Ja, jongen, dat weet ik nog. Wat is daarmee?”
JR: “Wel, dat ligt nog op de keukentafel maar geen paniek, ik heb pas het laatste uur Nederlands.”
Me: “Wie zegt dat ik panikeer, jongen?”
JR: “Ja jij niet, ik wel een beetje.”
Me: “En nu?”
JR: “Ik weet het niet, ik heb het echt nodig voor mijn spreekbeurt.”
Me: “Goed, ik zal erom rijden, jongen. Maar jongen…?”
JR: “Ja, papa?”
Me: “Wil je aub de volgende keer netjes je ‘boekentas’ maken en alles controleren?”
JR: “Ja, papa.”

Altijd weer die “ja, papa”. Zucht.

Nu goed, onder een appelaar zal je zelden een peer vinden, tenzij de postbode ze daar liet vallen misschien. Waarmee ik wil zeggen dat het onvoorstelbaar is hoeveel trekken JR heeft van zijn oudje, een echt aardje naar zijn vaartje zoals de noorderburen dat zo mooi zeggen. JR is een fantastische jongeman, dat kan ook moeilijk anders, als je al zijn goede eigenschappen opsomt. Het is een beetje zoals in de spiegel kijken, toch zeker als je de spiegel van niet te dichtbij bekijkt. Want eens je dat wel doet, herken je andere zaken waar je minder gelukkig van wordt. Dan zie je dingen die een bepaald risico inhouden. Meestal sluit ik daarvoor instinctief de ogen en moet ik mezelf wat forceren om zijn valkuilen te zien. Diezelfde valkuilen die de mijne waren destijds. Dagdromen (al van in de kleuterklassen), geen zin hebben om te studeren, willen rebelleren, andere interesses hebben, beïnvloedbaar zijn, willen meelopen met de groep, de neiging tot verslaafd zijn aan multimedia. Of wacht, ben ik hier nu alle eigenschappen van iedere tiener aan het opsommen? Misschien wel. En toch meen ik mezelf harder dan een ander te herkennen in al die mindere eigenschappen van JR. Alleen wordt hij nu wel beter omringd dan kinderen van mijn generatie destijds. Dat komt vast en zeker goed. Denk ik. Hoop ik. Droom ik. Een utopie?

Mijn ander zoontje heeft ook zo van die eigenschappen die je mij kan toeschrijven en deze zijn wel specifieker geënt op zijn afkomst (mij dus). Ik noem hem hier graag Calimero. Calimero heeft enorm veel gelijkenissen met de bekende cartoonfiguur. “En jij bent groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk”. Deze jongen kan ieder recht of onrecht omplooien tot de grootste misdaad tegen zijn persoon. Hij heeft een overdreven rechtvaardigheidsgevoel tegenover zijn klasmaatjes, zijn broer, maar vooral tegenover zichzelf. Spreek aub niet over hem in de derde persoon bijvoorbeeld. Nimmer zal hij dit positief opnemen. Maar iemand helpen, daarvan wordt deze jongen werkelijk gelukkig. Tenzij hij ziet dat zijn broer hetzelfde niet wordt gevraagd. En voetballen, sporten en ravotten natuurlijk. Herkenbaar. Deze jongen is zeker geen peer te noemen. Voor deze jongen zie ik de valkuilen ook. Hij is nu elf en zit in het vijfde studiejaar. Hij heeft reeds een lange weg afgelegd – vergelijk het wat met Anger Management – en doet het meer dan prima op school nu maar ik houd mijn hart vast voor zijn tienerjaren. Want ergens vermoed ik dat zijn valkuilen nog groter zullen zijn dan die van zijn broer. Koffiedik kijken en bang afwachten. En hopen dat het goed komt.

En blijven herhalen, maar wat een fantastisch voetballertje, wat een geweldige bescheiden jongemannen, beleefd, de ene is een harde werker, de andere een romantische dromer, en oh jongens… Wat zijn ze knap ook, net hun vader destijds (over het nu zwijgen we beter – hihi). Die jongens slaan gegarandeerd de mooiste en liefste meisjes aan de haak. Zonder daar al te veel moeite voor te doen. Help, weer zo’n valkuil?

 

Is twijfel echt de waakhond van het inzicht?




Twijfel is een slechte raadgever, naar het schijnt. En er zijn ook andere uitdrukkingen rond twijfel…

Twijfel is het begin van wijsheid.
De moeilijkheid met de wereld is dat de dommen zelfverzekerd zijn en de verstandigen met twijfel vervuld.
Twijfel is de waakhond van het inzicht.
Hoe meer kennis, hoe meer twijfel.
Het beroerde is, dat de twijfel zich veel beter laat verdedigen dan de één of andere visie.
Twijfel is het einde van een kampioen.

Bovenstaande uitdrukkingen zijn slechts een greep uit talloze citaten van slimmere mensen dan mezelf. Ze geven duidelijk aan dat er pro en cons zijn aan twijfels en dat de slimme jongens uit de klas het misschien onderling zelfs niet eens geraken. Twijfel is mij niet vreemd, dus ik zou mezelf dan ook de positieve uitdrukkingen kunnen aanmeten op een slechte dag. Een dag waarop ik twijfel aan alles, aan mensen rondom me, aan mezelf. Een zwarte dag, een dag waarop alles niet gewoon lijkt te mislukken, maar het ook daadwerkelijk doet. Dan wil je de brui eraan geven, alles neerleggen en naar buiten wandelen. Wat in de regen gaan staan, misschien zelfs een potje huilen. Of gewoon je bed induiken.

Waar komt die twijfel (aan mezelf) vandaan en is het toeval dat dit nu net bijna altijd op een donderdag voorvalt? Mijn twijfels en slechte dagen bundelen zich doorgaans in een donderdag en/of een vrijdag. En toeval bestaat niet. Nu, volgens een collega van mij bestaat toeval wel want anders hadden ze daar toch geen woord voor uitgevonden zeker.  🙂 En daar valt geen speld tussen te krijgen. Neen, toeval is het niet, ik heb er al een tijdje last van. Steeds weer op vrijdag en vaak begint dat dan al op donderdag.

De reden ligt voor de hand. Ik ging mijn kinderen ten tijde van schrijven de volgende dag uitzwaaien, vrijdag. Aan mensen die zich niet zoveel kunnen voorstellen bij dat tweewekelijkse uitzwaaien: Stel je voor dat je kindje om de twee weken een week op kamp gaat. Ja, dat gevoel kent uw wel he? Het gesnotter? Wel, herhaal dat zo’n 26 keer per jaar ipv die zeldzame keren in de vakantieperiodes en weet dat het  zelden makkelijker wordt pakweg de eerste twee jaar. Godzijdank heb ik een nieuwe liefde, een schat van een dame die me ondersteunt. En een heel drukke agenda. Dat helpt ook. Vluchten mag wel niet eeuwig duren maar is soms noodzakelijk. En kan ook fun zijn. Vluchten in een etentje, een concertje, een avondje uit, wat weekendwerk. Zelfs op de bank zitten met twee verlicht een beetje.

Dat is de donkere kant van de medaille, er is ook altijd een ander kantje, godzijdank. Zo zit ik hier nu, vandaag exact een week later, met een extreem brede smile op mijn gezicht en gelukkig te tokkelen op dat toetsenbord van me. Geen vraag is mij teveel vandaag. Ik help iedereen met een knipoog, een glimlach en de kwinkslag krijg je er gratis bij. Flauwe moppen zijn alom aanwezig. Vanavond ga ik de kids namelijk oppikken en trappen we naar gewoonte het weekend op gang met frietjesavond en film! Ongetwijfeld en godzijdank gaat de film me sneller vervelen dan het gezelschap vanavond. Frietjes bakken en grapjes maken, de vorderingen in het “skaten” gadeslaan, kietelen, kietelen, ravotten en nog wat kietelen. En morgen een verjaardagsfeestje voor mijn rocking teenager! Oh yeah baby, ik kijk er naar uit!!!

Oja, om met een grappige noot af te sluiten: ik vond nog één leuke doch irrelevante uitdrukking (met het woord twijfel erin vervat) die ik per toeval tegenkwam tijdens mijn zoektocht naar uitdrukkingen rond twijfel:

Een vrouw kan zonder twijfel een geheim bewaren,
als haar maar niet verteld wordt dat het een geheim is.

En dan was er dat moment waarop…




Je zit in een relatie met een wondermooie lieve vrouw. Alles zit mee. De kids houden van haar, zij houdt van de kids. Je woont praktisch samen, alles loopt vlot. Er is vertrouwen, respect en liefde. Veel vertrouwen, maar is dat genoeg?

Jij hebt jouw leven, zij het hare. Je kids zitten tegen hun wil gevangen in een week-week systeem. Zij hebben daar geen keuze in en laten zich ook ontgoocheld uit wanneer ze de aandacht niet krijgen die ze verdienen, door jouw werk, door omstandigheden. Dat merkte je eerder al. Maar je evolueert samen met haar naar een vaste relatie, je denkt al aan samenwonen, je begint al te dromen. Je droomt ergens al wat om het leuke deel van dat oude leventje van je terug op te rakelen, je begint namelijk terug aan je hobby’s te denken. Maar wie vangt die kinderen op?

Durf je het haar vragen? Wanneer vraag je het? Natuurlijk durf je het haar vragen. Nu vraag je het haar want je verkeert namelijk al zes maanden en de band met je kids is steengoed. De kids sturen haar vaker berichtjes dan jou tegenwoordig. Je vraagt het haar, ze zegt ja met een glimlach. Je bent gezegend. So far so good, je kan terug gaan trainen, gaan voetballen, gaan god-weet-watten. God-weet-watten, dat zou nu nog eens het woord van 2018 mogen worden voor mij. Je bespreekt en spreekt af. Bedtijd om half tien. Tandjes poetsen natuurlijk. Je weet dat ze de kids misschien wat meer vrijheid geeft als wat jij normaal doet.

Je vertrekt. Het doet wat vreemd aan, die eerste keer. Je gaat god-weet-watten en het voelt goed aan, maar toch wat vreemd ook. De stemmetjes in je achterhoofd gaan in dialoog.

“Zouden ze het goed stellen?”

“hmmm, ik weet het niet hoor…”
“Natuurlijk stellen ze het goed, pipo.”

“Zouden ze wat flink zijn voor haar?”

“Wat denk je zelf? Die jongens zijn superflink. Ze zijn zelfs flinker bij haar als bij jou”

“Zou den oudste aan ’t studeren zijn? Of op de PS4 aan het spelen?”

“Hij had geen huiswerk en hij heeft vrijheid ;-). Trust him.  Trust her. Trust them for God’s sake”

Het is een vreemde ervaring. Maar je komt thuis om tien uur. Iets later dan verwacht. Je lacht. De kinderen zijn nog wakker. Alles is in orde. Geen vuiltje aan de lucht. En je lacht opnieuw. Ze namen mss wat meer vrijheid als wat jij dacht, maar doe jij dat zelf ook soms niet? Tuurlijk wel, jij bent daddy cool. Nu heb je er gewoon een mamaplus cool bij. And you love it! Want je kan weer god-weet-watten. Iedere week.

Help, helper, helpst




Jullie kennen mij al een beetje, neem ik aan. Mijn karakter ga ik hier niet beschrijven maar wat ik wel kan zeggen is dat ik behoorlijk behulpzaam in het leven sta. Overdag help ik mensen met IT-problemen en sta ik business leaders bij in het uitvoeren van complexe IT-matige projecten. Ik word te pas en te onpas opgebeld om problemen te fiksen, om mensen te helpen in nood. Daar word ik voor betaald, daar ben ik voor opgeleid. Als voetbalcoach heb ik een groep jongeren geholpen toen hun coaching te wensen over liet. Ik heb hen drie jaar lang begeleid en geholpen, ik heb hen dingen geleerd, ik heb hen bijgestaan. Als instructeur op een hondenschool begeleid ik wekelijks mensen die wedstrijden spelen. Kosteloos leer ik hen tips and tricks en geef ik met plezier mijn rijke ervaring uit handen, zodat zij eruit kunnen leren. Een zeer goede vriendin van me startte 6 jaar geleden een bedrijf en had IT-ondersteuning nodig. Ok, deze was niet gratis, maar mijn hoofdzakelijke beweegreden was haar avontuur ondersteunen en begeleiden. Ik heb haar begeleid naar een niveau waar ik niet meer in mee kon spelen, daarvoor werden ze te groot en bleef ik – haha – te klein. De complexiteit van een IT-infrastructuur kan je op dat moment niet meer beheren na je uren, in je vrije tijd. In die zes jaren kan ik met het hand op het hart zeggen mijn uiterste best gedaan te hebben om te helpen.

Ik ben een opgeruimde jongen en durf mezelf vaak op de laatste plaats zetten. Zo voed ik namelijk mijn kinderen ook op. Hun noden gaan voor op de mijne. Maar het is breder als dat. Wanneer ik op straat een oude dame of een pas gevallen jongen zie die wat hulp nodig heeft, inderdaad, dan ga ik ongevraagd helpen. Even een sleutelbos oprapen, een jongen zijn fiets rechtzetten na een valpartij. Je kent ze wel, die alledaagse dingen.

Dat is wellicht het meest nobele trekje dat ik van mijn ouders meekreeg in mijn jeugd. Hoewel zij zelf hun eigen problemen niet konden oplossen, sprongen ze wel te pas en te onpas in de bres voor mindergelukkigen. Zo nam mijn moeder ooit de bevriende buurman in huis die net dakloos was geworden. Hij bleef uiteindelijk meer als een jaar bij ons. Voordeel: het was een muziekkenner en hij introduceerde me tot enorm goede muziek, gaande van Rory Gallagher tot Wim De Craene tot Boudewijn De Groot tot  Rainbow tot… Hij liet me ook een geweldige platencollectie na en hij had een fantastische duitse herder die mijn ouders er met plezier bijnamen. Een andere keer namen mijn ouders een zoon van een vriendin in huis toen zij met haar minderjarige kinderen in een vluchthuis vertoefde waar meerderjarige mannen niet waren toegelaten. Gerard was 19 of zo en werkte in de fabriek. Ook van hem leerde ik weer toffe dingen. En ook hij verbleef een jaar of langer in ons krotje. Al kommer en kwel was het nu ook weer niet. Alleen hadden mijn ouders zelf geen “rotte frank” om rond te komen op het einde van de maand. Mijn beide ouders zaten bij het Rode Kruis als verplegers. Opnieuw, steeds weer opnieuw mensen gaan helpen maar zichzelf niet kunnen helpen.

Is er een rode draad? Allicht is er een rode draad. Sommige dingen zitten in je spreekwoordelijke DNA ingebakken. Dat “helpen” heb ik van hen geërfd. Het staat me voor dat ik het op andere vlakken anders en wellicht beter doe maar naast dat “helpen” van ze heb ik helaas ook dat “ik heb helemaal geen hulp nodig” geërfd. Neen, ik ga niet om hulp vragen terwijl ik weet dat ik dat beter kan doen. Ja, ik heb hulp nodig gehad. Iedereen heeft wel eens hulp nodig. Hulp vragen is geen schande. En toch. Ik ben koppig en ik volhard. Tot in de boosheid. Amen.

Gisteren, zondag 3 juni 2018. Rommelmarkt in mijn straatje. Fantastisch. Samen met mijn vriendin wat kuieren vlak voor ik moest vertrekken naar hartje Antwerpen om daar met mijn hondje een wedstrijd te gaan spelen (oja, mijn liefde voor honden, die erfde ik ook van mijn ouders – je ziet, er zijn altijd goede dingen die je erft ook). Geweldig moment eigenlijk. Ik vond enkele fantastische cd’s, kocht een paar tweedehands boeken, twee geweldige verzamelstukken, miniatuur ferrari en lamborghini voor de kids, vond een geweldige klok om op te hangen (vinyl-plaat in glas, retro, de max gewoon). Juist, ook een heggeschaar tikte ik op de kop bij één van mijn buren. Ideaal, want ik moest al zeker een week, misschien twee, mijn haag geschoren hebben. Ik wist dat mijn buurman er al bijzonder negatieve opmerkingen over had gemaakt, tegen mijn vriendin nota bene, in de meest affronterende, denigrerende en ronduit beledigende taal. En dat maakte mij wel wat boos maar goed, het is een senior met een andere visie op het leven en een geheel anders wereldbeeld. Maar ik had geen heggeschaar en zou er zeker geen halen bij mijn ex. Koppig. Halsstarrig. Geen hulp nodig. Einde van de maand vorige week, ’t uit te geven geld was op, kopen was dus ook geen optie. Sja, dan maar even zo he. Nu goed, die heggeschaar was een fantastisch koopje. 25€ en ik was gered. En ik kon mijn weg naar huis vervatten. De heggeschaar kreeg ik morgen wel van de buren. We kuierden terug naar huis.

Misschien moet ik even ingaan op de “negatieve” buurman. De man is ergens in de 80 en komt dus uit een ander tijdperk. Gepensioneerd natuurlijk. Zijn tuintje is dermate perfect dat je bang zou zijn er over het gras te stappen. Zijn voortuintje is een voorbeeld voor velen, inclusie ik dus. Hij had me eerder al eens aangesproken over de lengte van mijn gras. Dit was nog in de donkere maanden. Toen ik thuis kwam als het reeds donker was of het gewoon kleddernat en onmogelijk was om je gras te doen. Ik was voetbalcoach, weg op zaterdagochtend en wedstrijdspeler met mijn hondjes, dus ook weg in de namiddag en op zondag. Toch reed ik mijn gras af. Maar ik deed mijn kantjes niet. Kleine ludieke rel daarover. Glimlachend hoorde ik zijn ludiek relaas aan en aanvaardde ik zijn graskant-schaartje. Zat ik daar mooi met een mechanisch schaartje alle kantjes bij te knippen (de blaren nam ik er met plezier bij). Buur tevreden, iedereen tevreden. Een tijdje later kreeg ik opnieuw de vraag over mijn graskantjes. Geen probleem, begin van de maand, we kopen zelf zo’n graskant-schaartje. En opnieuw zaten we met de glimlach op het gezicht de graskantjes bij te knippen.

Tegenwoordig staat mijn grasmachine ook onder een week-week regime. Terwijl mijn kids naar mijn ex gaan, neem ik de grasmachine namelijk om de week mee bij m’n vriendin waardoor beide tuintjes iedere twee weken netjes worden afgereden, inclusief graskantjes. Vind ik zelf grappig, dat week-week regime. Een mopje voor op cocktailfeestjes of waar je toch minstens 1 persoon mee aan het lachen krijgt (jezelf meestal ma bon). 🙂

Terug naar gisteren, we kuierden terug naar huis. We dropten onze spulletjes, ik bekeek de fameuze haag en had zoiets van “jij wordt kortgeschoren”. We maakten ons klaar, een vriendin kwam mij oppikken om naar Antwerpen te rijden toen mijn buurman naar buiten kwam, cognac in de hand en behoorlijk dronken. Hij beschimpte me plots op straat en noemde me een “vieze vuile vent die niet doorheeft dat hij te midden van mensen woont”. Hij riep, hij brieste en wat erger is, hij liet me niet reageren. Ik werd boos, hij was dat al, maar ik haalde hem snel en stevig in. De rommelmarkt hield even op. De mensen waren met verstomming geslagen. Ze hielden halt en wij? Wij hielden het oog van die talloze toeschouwers terwijl hij maar bleef gillen en schreeuwen. Andere buren zijn dan moeten tussen komen in het conflict om hem tot bedaren te krijgen. Ik moest hem negeren, wegwandelen en vertrekken. Drie uur later stond ik nog steeds met de daver op het lijf, niet van schrik zozeer maar omwille van mijn harmonie die om zeep was. Het tafereel bleef zich voor mijn ogen afspelen.

Nu goed, gisterenavond, hoop en meen ik deze senior te kunnen hebben overtuigen dat zijn gedrag niet ok was. Ik meen zelf een flauw en gemompeld excuses gehoord te hebben, ferm tegen zijn zin. Volgende week moet die haag eraan geloven, dan weer ferm tegen mijn zin. Eigenlijk wou ik ze “in plan” gelaten hebben tot na de zomer. Maar goed, zo ontstaan de echte burenruzies en vetes. Een goed gesprek lost zoveel op.

Maar waarom is het voor mij zo moeilijk om gewoon om hulp te vragen? Ik vertelde ondertussen verschillende mensen reeds de anekdote van gisteren. Voor de goede verstaander, die haag was echt niet overdreven, jammer genoeg geen foto’s, maar ze kon beter. Nu, wat ik toen hoorde van de mensen aan wie ik dat verhaal vertelde was het volgende: “Maar waarom heb je me niet even gebeld, ik heb een haagschaar die je kon lenen”. Deze reactie kreeg ik van minstens drie mensen. Een bevriende tuinier wist me gisteren zelf te zeggen “Maar Koen, ik heb er eentje liggen die ik niet meer gebruik, die mag je gerust gratis hebben”. Ik trek het met dit voorbeeld misschien wat in het ridicule maar het is o zo tekenend dat het soms toch zo moeilijk is om hulp te vragen. Maar om hulp gevraagd worden of een hulpbehoevend persoon zien en helpen is dan weer een aangeboren eigenschap.

Hebben jullie het daar ook zo moeilijk mee, met om hulp vragen? Ik vind dat ik mezelf heb gerealiseerd en ik weet waar het vandaan komt, maar verdorie toch. Het is zo moeilijk om om hulp te vragen. Een werkpuntje voor mezelf, zonder twijfel.

Ik lees het graag van jullie.

Adios en tot de volgende!

Welcome to the Jungle. Are you Prey or Predator?




Deze topic komt van een nieuwe schrijver die voorlopig nog helemaal anoniem door het leven wenst te gaan. Ik post hem “on his behalf” onder mijn pseudoniem en dank hem bij deze.

Als single lijk je soms een ‘prooi’ voor getrouwde mannen/vrouwen of deze in een relatie. Het zijn vooral mannen of vrouwen die je eigenlijk al kende. Uit een ver verleden of in het heden en waarmee je bevriend bent op FB en anders waarvan je net een verzoek kreeg.

Ze benaderen je heel onschuldig via messenger. Soms is hun profielfoto zelfs eentje van hem en haar. Omdat je elkaar al ‘kent’ lopen die chatberichten toch wel net iets vlotter en losser. Beetje praten over wat we nu doen in ons leven, over vroeger…
Maar na een tijdje verandert er iets. Doordat de berichten en gesprekken zo vlot lopen, mis je de berichten wanneer je hem/haar niet hoort. En hier en daar lees je toch ook wat geflirt in de chat.

Ze vertellen jou hun geheimen. Hoe de thuissituatie is, hun relatie is, wat hun wensen of dromen zijn…en hoe het toch mogelijk is dat jij als single nog alleen bent.
Tegen jezelf blijf je maar doordrammen…opletten, hij/zij is getrouwd! Niet verliefd worden! Wat wil hij/zij? Enkel sex?

Typisch is ook dat zij zeggen: we doen toch niets mis? (Zij redeneren dat berichten sturen onschuldig is). Ik kan zeggen dat ik reeds 3 huwelijken heb gered door er niet op in te gaan. 2 mannen kende ik vrij goed en hebben eerlijk gezegd: ik verlaat mijn vrouw en kinderen voor u. En hun geloof ik ook. Maar wat voor schijn houden ze bij hun vrouwen dan op? Een andere man was ook eerlijk en wilde enkel een verzetje, gezien hij dat thuis niet meer kreeg. Wanneer er kinderen mee gemoeid zijn en een huwelijk…zal ik nooit erop ingaan. Ik zal nooit verantwoordelijk zijn voor een scheiding met kinderen. Maar ik houd ook gewoon niet van dat stiekem gedoe allemaal. Ik wil echt daten!

Een tijdje geleden heb ik me wel laten verleiden door een man met een 6 jarige relatie. In het begin vrij onschuldig, maar naarmate de berichten vorderden kwamen er steeds meer xxx bij en nood om af te spreken. Zijn relatie zat goed nochtans, maar ik was ‘speciaal’ aangezien de klik er op was en we vroeger jeugdliefjes waren. Dus ja ik voelde mij aangetrokken tot hem en er was een goede klik…en ook, wat vrij zelden is geworden, aandacht voor mij en enkel mij.  Ik heb hem gekust en meer…Die meer laat de dagen nadien een heel vreemd gevoel na. Leegte misschien, schaamte wat…en ik vraag mij af hoe dat voor hem moet zijn. Hij heeft thuis nog steeds een vriendin.

Vanaf de dag zelf, tot dagen nadien kan ik zeggen dat de berichten sterk zijn afgenomen tot bijna niets. Dat roept toch vragen en teleurstelling op. Was het dan toch echt enkel voor dat? Niets meer? Ik ben niet het type dat vaak in bed kruipt met mannen, dus ik denk dat ik ook maar gewoon menselijk ben door te zeggen dat dit gewoon gebeurd is en dat ik het niet heb tegengehouden. Maar het is niet omdat ik single ben, dat ik enkel op zoek ben naar pleziertjes en dat je ons daarvoor kan ‘gebruiken’.

Wou ik dat hij zijn vriendin zou verlaten? Ja, ergens wel…al zou ik mij dan ook altijd afgevraagd hebben: wat als hij dat met mij ook zou doen dan? Want eens bedrieger…altijd bedrieger?

Arme jongen… De redding is nabij…




Omdat we al eens mogen zagen. En omdat het artikel van Lieke Brood me aangezet heeft tot dit schrijven.

Geboren en getogen in Gent, in het jaar ’78. Wat een leuke jeugd hoorde te worden, werd op verschillende vlakken een nachtmerrie. Een opeenvolging van nachtmerries zelfs. Eentje voor de jonge kleuter, eentje voor de jonge scholier, eentje voor de jonge tiener, eentje voor de straffeloze jeugdcrimineel. Ieder facet zijn part, iedere persoonlijkheid zijn deel van de koek. Geen ontsnappen aan. Geen ontkomen. Of toch?

Geboren in een arbeidersgezin, papa mecanicien, papa mijn held, lieve papa. Sterke papa. Ik voel je welgemikte slagen nog. Ik houd niet meer zoveel van je als toen, ma bon, ik heb dus ooit wel van je gehouden. Eigenlijk doe jij er nu niet meer toe. Mama, liefste mama, we spreken elkaar nog wel eens op een feestje. Ik probeer mijn plicht te doen, jij die van jou. Je zorgt beter voor mijn kindjes dan je ooit voor mij deed. Ik moet je dankbaar zijn. Voor hen. Niet voor mij.

Broer, we leerden elkaar respecteren en ik vermoed dat we nooit eerder zo dicht bij elkaar stonden als de laatste jaren. Broer, je bent een held. Je maakte dappere keuzes. Ik respecteer je.

Waar te beginnen? Ik was een straatkind dat opgroeide in een achterbuurt in Gent (Brugse Poort), mama had toen nog werk. Papa werkte in een garage, mama verpleegde mensen in het ziekenhuis. Papa werd beticht van diefstal en verloor zijn werk, mama werd ziek en verloor ook haar werk. Heel getrouw aan de tijdslijn ben ik nu even niet maar Mama kreeg ergens kanker en papa vond ergens nieuw werk. Een paar keer na elkaar zelfs. De gekste jobs heeft hij gehad. Omgaan met geld konden ze geen van beiden. Halverwege de maand was het geld steeds weer op. Warm eten kregen wij zo ongeveer twee tot drie keer per week. We aten veel en vaak boterhammetjes met choco. Ik leerde cornedbeef smaken, gemengd in de puree, geen groentjes. Lekker. Een aanrader, probeer het gerust even. Een culinaire aanrader voor de kansarmen, en budgetvriendelijk ook. Wat wel cool was, we hadden altijd honden en mijn vader reed met de gekste wagens ooit (zoek het Barkas model maar even op). Alles wat mijn vader repareren kon. Tot hij het niet meer kon. Dan gingen we naar de schroothoop, excuseer garage, en kochten we een nieuw wrak.

Papa vond nieuw werk en ik moet zeggen dat hij plichtsgetrouw al die jaren in de fabriek heeft gewerkt. Dat is mogelijks het meest positieve dat ik over hem kan zeggen, hij vond altijd wel terug werk. Mama niet. Zij ging na haar operaties uiteindelijk officieel als invalide door het leven. Mama en papa waren samen niet gelukkig. Het gezin was op zijn best disfunctioneel te noemen en werd dan ook door onze omgeving zo bestempeld.

Ik werd naar een katholieke school gestuurd in een betere buurt als die van mij. Mijn papa voerde me soms met de Lada maar meestal ging ik te voet. Die wandelingen waren het leukste stuk van mijn dag toen. Ik had gedragsproblemen en daarbovenop een overdreven rechtvaardigheidsgevoel, ik voelde me om de haverklap geviseerd, en ik had een kort lontje, twee gebalde vuisten en geen humor. Ik zag psychiaters. ik werd uitgelachen om mijn kledij. Ja, ik vocht dan ook met alles en iedereen maar thuis was ik braaf. Op straat was ik stout. Op school was ik stout, heel stout. Maar ik had een geweldige directeur. Hij was streng en had geen schrik om eens een pedagogische tik of twee uit te delen maar hij was een geweldige directeur. Met twee leerkrachten heb ik geen fysiek ongemeen gehad in mijn zesjarige carrière daar.

Thuis was ik vaak braaf. Maar kennelijk nooit braaf genoeg. Mijn vader werkte plots in ploegen. Mijn beste weken waren die waarin hij de vroege shift had. Dan was hij thuis vroeg in de namiddag en dan was ik braaf. Mijn slechtste weken waren die waarin hij de late shift had. Dan hadden mijn moeder en ik de hele avond om elkaars leven te vergallen, met elkaar in de clinch te gaan, elkaar te verwensen, te beschimpen, te huilen, te vechten. Ik haalde het op den duur wel van mijn moeder maar moest het dan ’s avonds bekopen, zo rond een uur of elf. Je hoorde mijn vader’s voetstappen terwijl hij traag de twee trappen naar mijn kamer op wandelde. Wat daar dan gebeurde, was niet mooi en het was allerminst fijn.

Maar toen werd ik twaalf. Het leven kon beginnen. Ik mocht naar een nette school te Gent, aan het station. Ik beleefde de leukste tijden al was er niet zo gek veel veranderd. Ik droeg nog steeds dezelfde kledij. Alleen was ik de rebel geworden, de vechtersbaas die niet verlegen zat om een partijtje vechten op de speelplaats of op straat. Studeren was nergens goed voor. Ik verloor 2 jaar als scholier. Dat moet de synopsis zijn van mijn carrière in het ASO. Het saaie schoolse ging mij niet af. 3 Schorsingen en een kleine twintig strafstudies in één jaar tijd bracht de directie ertoe me te vragen het volgende schooljaar niet aan te vatten bij hen. Het waren nochtans toffe schorsingen in dat kantoortje van de broeder. Ik herinner me het drankkastje nog. En dat Pisang Ambon toen hip was. Maar goed, ik had vrijheid nodig. En vechtpartijen. Die kreeg ik beiden toen ik een handelsrichting aanvatte in één van de toen meest beruchte scholen in het Gentse. Drank kwam later. Studeren hoefde niet meer. Slagen ging als vanzelf. Ik vergleed in een leven van ongemakkelijk gemak en oncomfortabel welbehagen. Lak aan alles. Spijbelen tegen de sterren op, uren zien verglijden op café in plaats van achter de schoolbanken.

Mijn band met mijn vader? Ja, die was er nog. Ik keek nog steeds op naar mijn vader al heeft hij nooit meer dan één methode gekend om me iets aan het verstand te brengen. Praten was het niet. Godzijdank kan ik dat wel, met mijn jongens, praten en blijven praten. Dialoog zoeken. Mijn vader zocht geen dialoog. Dialoog kon je elders zoeken, tegenspraak werd niet geduld. Ik herinner me de klap in het gezicht nog als vijftienjarige in het bijzijn van één van mijn eerste vriendinnetjes. Op uitstap. De klap was lang niet zo hard als de schaamte die ik toen en jaren nadien voelde. Zelfs nu borrelt de woede terug op. En hoe vreemd dit misschien ook mag lijken, ik was wel trouw aan mijn ouders. Ik wist niet beter en we hadden vaak ruzie maar beledigingen aan het adres van mijn ouderlijk gezin, gingen altijd gepaard met gebekvecht of erger.

Vrienden? Ja, ik had vrienden. Het waren bijzonder foute vrienden. Eentje ervan zie ik nu nog geregeld. Toen ik Danny leerde kennen, huurden mijn ouders een huis dat mijn vader half gerenoveerd had (na de afbraakwerken hield dat op, ik kan me niet voorstellen wat de huisbaas moet gedacht hebben nadien). Ik heb daar net geen 20 jaar gewoond. Daar sliep ik onder het dak, op een matras op de grond. Enkel glas, geen isolatie. Geen meubels. Een gehavende en vieze kamer waar een eenzame tiener zich verschool van de realiteit. En bijzonder koud in de wintermaanden. Danny had medelijden met me, nam me onder zijn vleugels en gaf me iets dat leek op een menswaardig bestaan. Hij voorzag mijn kamer van een bed en meubels en leerde me dat hoe mijn ouders met mij omgingen niet ok was. Dat het niet ok was om niet te kuisen (mensen meden ons omwille van de rommel en de stank), dat het niet ok was om niet te zorgen voor je kids, niet ok om het vakantiesalaris van je zoon uit te geven aan prullaria die je niet nodig hebt, niet ok om je kind dom te houden en ervan te profiteren. Er was veel niet ok. Nog steeds ben ik Danny dankbaar. Het was toen een andere tijd.

Misschien onthullen we iets teveel, maar op een dag kwam ik thuis van school. Nuja, van school. Ik kwam eigenlijk recht van café en ik had er eentje teveel op. Ik werd getrakteerd op een discussie met mijn vader. Eentje die hij ging beslechten met geweld. Ik nodigde hem dankbaar en moedig (lees: halfdwaas en dronken) uit om me nogmaals te slaan. Wat hij ook deed. Ik werd razend en keilde hem over mijn rug tegen de muur, over de ijskast heen. Dat was de laatste keer dat mijn vader me aangeraakt heeft. De bedreigingen nadien van Danny aan mijn vader’s adres zullen ook geholpen hebben.

De tijd ging voorbij. En toen ontmoette ik haar. Ik was bijna achttien en ze moet iets in me gezien hebben. Ze kon mijn levensverhaal nauwelijks geloven. Voor haar was ik een te redden lam. Ze werd later dan ook mijn vrouw, de moeder van mijn kinderen. Ikzelf was niet ogenblikkelijk verliefd, ik had werkelijk geen affectie te geven, maar ik hield wel van het nette leven dat daar plots binnen handbereik viel. Zij kwam uit een veilig nest, een financieel gezond en sterk gezin. Mensen met de juiste waarden, zij incluis. Daarop werd ik verliefd. Uiteindelijk ook op haar. Ze leerde me praten, ze leerde me liefde geven, ze gaf me liefde. Ik spiegelde me aan haar, ik voelde me plots iets slimmer dan voorheen. Ze liet mijn eigenwaarde stijgen tot een voorheen ongezien niveau. Ik ging zelfs enkele keren de grens van arrogantie voorbij. Er zat meer in me, dat heeft ze me laten zien. Nog steeds heb ik het grootste respect voor haar, mijn ex, de moeder van mijn bloedjes. Maar we waren, in tegenstelling tot wat wij toen dachten, niet voor elkaar geboren.

En plots had ik daar voor de eerste keer in mijn leven iets te bewijzen want haar ouders hadden het niet zo hard op mij (en mijn afkomst) begrepen. Een bijna crimineel verleden als minderjarige achtervolgde me. Mijn vader’s woorden (wees gerust, ik ben gestopt met drinken) bleven lang hangen bij hen. Haar grootmoeder vertrouwde me niet. Veel keuzes had ik daarin niet. Godzijdank versterkte men op die manier gewoon ons rotsvast vertrouwen dat wij het samen halen konden. Ik had iets te bewijzen. Ik veranderde van studierichting, haalde een diploma op een manier die me vreemd was. Ik studeerde. Ik blokte. Ik versleet mijn broek op mijn bureaustoel. Van 3 naar 6 u wiskunde was een zware dobber, maar het lukte. Ik bouwde vertrouwen op. Ergens onderweg diende ik mijn kandidatuur in bij de Rijkswacht toen. Ik begon de selectieprocedure. Ergens werd dat mijn redding (haar grootvader was namelijk altijd rijkswachter geweest), die selectieprocedure werd gesmaakt door mijn schoonouders. Ik studeerde en had een doel voor ogen. Alles begon op wieltjes te lopen maar helaas werd ik in het laatste stadium afgekeurd als rijkswachter.

Welke opties had ik nog? Mijn neef, even oud als ik, was ondertussen beginnen werken in de fabriek. Mijn ouders verlangden van mij hetzelfde. Geen verdere studies. Meerderjarig en inwonend, 15000 BEF moest ik volgens hen betalen per maand. Ik was godzijdank veel volwassener geworden op die enkele jaren. De weg naar volwassenheid ging plots veel harder en sneller dan ooit tevoren. Ik heb beleefd geweigerd. Tot grote ontgoocheling voor mijn ouders, ik vermoed dat dat geld welkom had geweest zo op het einde van iedere maand.

Naar het OCMW dan maar. Een leefloon zoeken, alleen gaan wonen en studeren, een haalbare kaart? Wendy, de maatschappelijk assistente die me begeleidde, ging akkoord en deed haar uiterste best voor me. Ik kreeg een leefloon en geen steun van mijn ouders, ik trok mijn plan en ging naar de hogeschool. Eén kans is alles wat ik kreeg. Mijn droom om naar de universiteit te gaan, liet ik varen. Voetjes op de grond en zoeken naar die haalbare kaart. Hoger onderwijs dus, lerarenopleiding. Studeren. En hard ook. Wonder boven wonder haalde ik drie jaar op rij onderscheiding en heeft mijn huidige werknemer mij leren kennen op stage. Ik mocht daar na mijn studies onmiddellijk beginnen. Ik werk er nu 17 jaar en ik mag gewoonweg niet meer klagen.

Ergens heb ik gaandeweg zelf de kaarten opnieuw geschud en vandaag kan ik zeggen dat ik volgens mij toch de belangrijkste troefkaarten heb, namelijk mijn zelfbeeld, mijn eigenwaarde, mijn zelfvertrouwen en mijn immer positieve en opgewekte zelve. Veel meer valt er eigenlijk niet te vertellen zeker? Heeft een mens veel meer nodig? 😉