Leve het ‘fuck it’ moment!

Toen ik jong was, rookte ik meer dan ik wist dat goed voor me was. Ik dronk ook meer alcohol dan mijn lijf aankon. Ik probeerde drugs uit, ook als ik wist dat ik de volgende ochtend eigenlijk een sportwedstrijd had waarvoor ik fris moest zijn. Ik sprong in water waarvan ik de bodem niet kon zien. Ik ging aan mijn grenzen voorbij, in de liefde, in seks, in werk – ik werkte zo hard, dat ik burn-out raakte; ik hield zo veel van mijn vriendjes, dat ik mezelf kwijtraakte. Ik ging op reis, in mijn eentje, naar plekken die niet veilig waren voor een jonge vrouw (misschien ook wel niet voor een oudere vrouw); ik kwam thuis met de schrik in de benen en kon niet wachten om weer weg te gaan.

sunset beach people sunrise
Photo by Pixabay on Pexels.com

Met andere woorden: ik ging er vol in, in dat leven van mij. Zoals zoveel andere jonge mensen. Onderzoek laat zien dat leeftijd gerelateerd is aan risicogedrag – voor het overgrote deel van de mensen geldt dat hoe ouder ze worden, hoe beter ze risico’s kunnen inschatten, en hoe minder grote risico’s ze zullen gaan nemen.

Discipline

Inmiddels ben ik 35 en een serieuze wetenschapper, dus ik weet dit soort dingen. En ik hoor bij die groep mensen die nu veiliger leeft dan vroeger. Ik rook niet meer (want: ziektes enzo). Drink met mate (want: katers enzo). Ik heb al heel lang geen drugs meer gebruikt – en de laatste keer dat iemand het me aanbood, hoorde ik mezelf zeggen dat ik dat liever niet deed, ‘want morgenochtend sport ik en dan wil ik fris zijn’. In diep, donker water durf ik niet te duiken (die verhalen over mensen die dat wel deden en die in een rolstoel belandden spoken daarvoor te veel in mijn hoofd); mijn werktijden bescherm ik als een humeurige waakhond; mijn energie en tijd manage ik als een pro en ik journal en mediteer dagelijks om, ook binnen een liefdesrelatie, helder te houden hoe ík me voel, en hoe het met míj gaat.

Mijn leefstijl is stabiel, gezond en gedisciplineerd en daar voel ik me goed bij. Dit leven past beter bij wie ik nu ben en ook bij wie ik wil zijn – bij de doelen die ik wil halen, het werk dat ik wil verzetten.

Fuck-it

Maar soms, héél soms spring ik ineens radicaal uit de band. Dan bestel ik meer wijn terwijl ik weet dat dat toch echt niet handig is, gezien mijn planning voor de volgende dag– maar wel heel gezellig, op dit moment. Dan boek ik een ticket voor een reis in mijn eentje naar een bestemming die onbekend voor me is, koop ik iets wat ik me niet kan permitteren, en spijbel ik van werk terwijl mijn agenda dat niet toelaat. Het zijn acties die niet bij mijn oude, wijze ik lijken te passen, maar ik weet dat ze evengoed onderdeel van me zijn als het gedrag waar ik op al die andere uren en dagen van mijn leven aan vasthoud. Ik noem het mijn fuck-it momenten, en ik voel me er altijd een beetje dubbel over, achteraf. Er is verwondering: waar kwam dit nou ineens vandaan? Ik wist niet dat ik dit soort dingen nog deed…. En er is schaamte: ben ik nou nog steeds niet volwassen geworden? Kan ik nou niet gewoon verstandig zijn, zoals al die andere mensen om me heen?

Er zijn tijden geweest dat ik af probeerde te rekenen met die laatste restjes van mijn jongere, wildere zelf. Dat ik baalde van mijn fuck-it momenten, me de morning-after voornam om er nou eens echt, gewoon helemaal, gewoon voor altijd, mee te stoppen. Wat lukte – een halfjaar lang, en dan borrelde er weer een fuck-it moment op, ergens vanuit mijn linkerteen, omhoog via mijn onderbuik, mijn borstkas, mijn keel – en dan zei ik het, ineens, tot mijn eigen verbijstering, tijdens een lome woensdagmiddag: “Ach, fuck it. Ik ga het gewoon doen.”

Vijfendertig

De laatste periode begon ik wat anders te kijken naar die fuck-it momenten van mij. Ja, ze waren vaak onverstandig, soms risicovol en soms gewoon stupide. Maar als ik er zo achteraf op terugkijk, kan ik niet anders dan concluderen dat ze ook altijd leuk zijn geweest en me veel hebben gebracht. Dat ene wijntje te veel leidde tot een radicaal eerlijk gesprek met een oude vriendin met wie ik wat uit elkaar was gegroeid, waardoor we elkaar ineens weer helemaal vonden. Die spijbeldag op het strand bracht me het nieuwe idee voor mijn nieuwe boek. Die totaal niet goed voorbereide reis bracht me een nieuwe vriendschap en hernieuwd vertrouwen in de mensheid, toen een vreemde me spontaan een slaapplek op zijn bank aanbood. Die dure laptop die ik me niet kon permitteren, gaf me een gevoel van luxe en professionaliteit dat me zelfvertrouwen gaf als ik twijfelde over de toekomst van mijn net opgezette, eigen bedrijf.

Deze maand werd ik 35. Een leeftijd waarvan ik vroeger dacht – in de tijd dat ik nog vond dat Canei de lekkerste wijn ter wereld was en ik van alles inpakte in mijn rugzak, maar eten, een slaapzak en een tent niet, omdat ik dat onnodige ballast vond – dat het stond voor consequent volwassen, serieus en berekenend gedrag. Ik ben absoluut volwassen, en heel vaak serieus en berekenend– maar niet altijd, en daar ben ik blij om.

Challenge

Ik besloot op mijn verjaardag dat ik niet meer ga vechten tegen de fuck-it momenten in mijn leven. Sterker nog: ik wil ze vieren, uitnodigen, en koesteren. Mijn fuck-it momenten schudden me wakker, ze herinneren me aan de persoon die ik vroeger was en nog steeds een beetje ben, ze trekken me avonturen in die ik anders niet aan zou durven gaan. Ze brengen zaken naar het oppervlak, die soms al jaren waren ondergesneeuwd door mijn werk, mijn sportregime, mijn vaste relatie; ze brengen me in onverwachte situaties, die veel vaker wel, dan niet goed uitpakken. Soms heb ik het blijkbaar nodig om iets te doen dat ik eng vind, of dat ik nog nooit eerder deed, of dat ik al heel lang wilde doen maar niet van mezelf mocht. Juist als ik daar maar regelmatig aan toegeef, kan ik de rest van mijn tijd de braafste, verstandigste, efficiëntste zelf zijn.

En dus heb ik besloten om de fuck-its in mijn leven tot een Hogere Levenskunst te verheffen. Ik daag mezelf uit om deze zomer, vijf dagen lang, toe te geven aan mijn inner fuck-it-roeper. Elke dag ga ik iets doen wat ik eng vind, dat ik nooit eerder deed, of waar ik al heel lang zin in heb maar waar ik steeds ‘nee’ tegen zei, omdat het niet verstandig leek. Het hoeven geen gevaarlijke dingen te zijn, of ongezonde dingen, of Grootse Acties. Het mogen kleine afwijkingen zijn van wat ik normaal doe – ontbijten met koekjes en avondeten met havermout, even niet een intellectueel boek lezen maar een dom tijdschrift, even niet werken aan die deadline maar een spontane boswandeling, even geen doelen najagen maar gewoon genieten van wat er nu is, een keer een sport uitproberen waar ik vast niet goed in ben maar die me zo leuk lijkt (skateboarden!), zomaar een vreemde op straat complimenteren dat ze er zo rocking-gaaf uitziet-  al is dat oncomfortabel. Het gaat er in de uitdaging die ik voor mezelf gesteld heb vooral om dat ik een week lang mijn intuïtie prioriteit geef boven mijn brein.

Bron

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.