Ervaring: leven met een narcist

Via een datingsite leerde Bianca Jan kennen. Hij is charmant en grappig en ze worden verliefd. Binnen een jaar wonen ze samen, totdat hij dominanter wordt en Bianca niets meer goed kan doen. Nadat hij haar zoon aanvliegt, zoekt hij hulp. Hij blijkt een narcistische persoonlijkheidsstoornis te hebben.

woman in red tank top
Photo by Thierry Fillieul on Pexels.com

Bianca: “Op het moment heb ik geen huis, geen baan en mijn kinderen wonen bij mijn ex-man. Zes jaar geleden ben ik gescheiden. Mijn ex-man en ik gingen als vrienden uit elkaar, we leefden als broer en zus. Samen kwamen we tot co-ouderschap en leefden op die manier allebei prima. Ik kreeg een huisje waar ik heel blij mee was, de kinderen waren de helft van de week bij mij en ik had een goede baan als levens- en loopbaancoach. Alles heb ik opgegeven voor de liefde van mijn leven die ik na mijn scheiding was tegengekomen. Althans, ik dácht dat hij de liefde van mijn leven was.

Via een datingsite leerde ik Jan kennen. Hij leek anders dan andere mannen, hij kwam intelligent en grappig over tijdens het mailen en chatten. Ik werd verliefd, hij leek de perfecte man voor mij… Hij was erg geïnteresseerd in mijn leven, had zelf ook kinderen waar hij van alles mee ondernam en hield net als ik van een glas wijn op de bank. Ik was helemaal in de wolken, nog voordat ik hem had gezien.
Een paar weken later hebben we elkaar voor het eerst ontmoet. Ik had natuurlijk hooggespannen verwachtingen. De eerste tien minuten dacht ik alleen maar: nee, dit is hem niet. Jan praatte aan een stuk door over zichzelf, over de verschillende banen die hij had gehad en waar hij telkens met problemen wegging. Ook over zijn ex-vrouw kwam weinig goeds uit zijn mond. Ik had me hem voorgesteld als iemand met een zacht karakter, maar hij was juist heel fel. Toch probeerde ik het goede in hem te zien, ik denk dat ik gewoon niet wilde dat hij toch niet die perfecte man was die ik had verwacht. Ik bedacht me dat hij vast zenuwachtig was voor onze ontmoeting. Daarom stemde ik in met een tweede ontmoeting. Toen zag ik eindelijk de man die ik op internet had leren kennen. Hij vertelde over de kanotochtjes met zijn kinderen en was vol enthousiasme over een eigen bedrijf dat hij wilde beginnen. Ik werd blij van hem en al snel leerde ik zijn kinderen kennen. Het klikte. Er waren wel kleine dingetjes die me stoorde. Ik vond dat hij snel kwaad werd om kleine dingen en hij deed helemaal niet zoveel met de kinderen als hij van tevoren had gezegd. Ik was altijd degene die zijn kinderen hielp met knutselen en ze mee uit zwemmen nam. Maar… niemand is perfect, dacht ik.

Binnen een jaar woonden we samen. Ik gaf mijn huurwoning op om met mijn kinderen bij hem in te trekken. Ook het co-ouderschap met mijn ex-man ging van de baan, omdat onze kinderen door de afstand vooral bij mij woonden. Ik hielp Jan om zijn bedrijf, een waterbeheer adviesbureau, op te zetten en alles ging voor de wind. Tot een jaar geleden. Ik vond dat hij zich steeds vreemder gedroeg. Hij werd dominanter en stelde allerlei regels in. Alles moest op zijn manier. Toen ik de komkommer met een kaasschaaf schilde, schoot hij enorm uit zijn slof. Hij sneed het altijd in kleine blokjes en zo moest het. Hij is een weekend lang boos op me geweest, terwijl ik niet kon begrijpen dat zoiets kleins zo een groot probleem kon zijn.

Het ging in korte tijd van kwaad tot erger. Continu kreeg ik te horen dat hij vond dat ik van alles niet goed deed. Zelfs mijn twee kinderen deden niets goed. Dat vond ik vreselijk, want kinderen moeten gewoon kind kunnen zijn en niet continu op hun tenen lopen. De oudste heeft problemen aan zijn gebit, waardoor hij moeilijk kauwt en af en toe smakgeluiden maakt. Dat werd Jan op een gegeven moment te veel. Hij vloog op Ronnie af en greep hem in zijn nek. Hij duwde hem op de grond en riep: ‘Als je als een varken wilt eten, eet dan maar op de grond’. Ik zat er als verlamd bij, ik wist echt niet wat ik moest doen…”

Scheldtirade

“De afwas, de manier waarop ik stofzuigde, niets was goed. Ik raakte er overspannen van en stopte met mijn baan. De jongste was vijf en vergat wel eens het licht op het toilet uit te doen. Dan kreeg hij van Jan een hele scheldtirade over zich heen. Het ging zelfs zo ver dat de kinderen hun vriendjes niet meer mee naar huis mochten nemen om te spelen. Dat vond ik natuurlijk volslagen onzin, maar ik stond tussen mijn lief en mijn kinderen in. Op een dag greep hij mijn oudste zoon weer naar de keel. Ik weet niet meer goed wat hij in zijn ogen verkeerd had gedaan en dat deed er ook eigenlijk niet toe. Want zo’n reactie is nooit goed te praten. Ik werd kwaad, gilde dat hij mijn kind los moest laten. Jan liet hem los en ging naar zijn werk alsof er niets aan de hand was. Ik was het zat en ben huilend met mijn kinderen naar mijn moeder gegaan. Ik was helemaal de weg kwijt. Hoe kon hij zoiets doen? Jan belde me op en bleef maar sorry zeggen. Hij beloofde dat hij naar de huisarts zou gaan om te vragen wat er met hem aan de hand was. Ik besloot hem nog een kans te geven en ging terug, ook al vonden de kinderen dat een beetje eng. We zijn samen naar de dokter gegaan. Tot mijn grote schrik hoorde ik daar dat de huisarts wilde dat hij een psychiatrisch onderzoek zou laten doen, omdat hij al veel vaker met klachten van opvliegendheid bij hem was geweest. Ik wist niet wat ik hoorde! Kennelijk wist Jan zelf ook dat er iets niet helemaal goed was.

Jan kreeg hulp van maatschappelijk werk. Even leek het wat beter te gaan, tot ik weer iets verkeerd deed in zijn ogen. Ik had huzarensalade gekocht voor bij de barbecue, omdat mijn kinderen dat zo lekker vinden. Hij ging helemaal door het lint en vroeg of zijn vlees soms niet goed genoeg was voor ons.

Uit het psychiatrisch onderzoek kwam dat Jan een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het houdt in dat diegene zichzelf erg belangrijk vindt en denkt dat wat hij doet, beter is dan wat anderen doen. Vaak heeft zo iemand ook een gebrek aan inlevingsvermogen. Tijdens een volgend gesprek zou er gekeken worden naar een goede behandelmethode, maar Jan is nooit meer naar de psychiater teruggegaan. Volgens hem was het een waardeloos onderzoek en hij geloofde de diagnose niet.

Mijn ex-man vond dat ik bij Jan weg moest gaan, want hij hoorde van onze kinderen wel eens hoe het er bij ons aan toeging. Ook de buren lieten wel eens merken dat ze medelijden met me hadden als ze Jan hoorden schreeuwen. Het was beter voor me om mijn spullen te pakken. En hoeveel ik ook van de man hield die ik toen op de tweede date had gezien, ik kon deze relatie echt niet meer aan. Ik liep continu op mijn tenen. Bang dat ik iets fout deed, of dat mijn kinderen iets zouden doen wat hem niet zinde. Ik ben zonder spullen, alleen met mijn hondje, stiekem naar de school van mijn kinderen gelopen, ik heb ze daar opgehaald en ben weer naar mijn moeder gegaan. Ik had niets meer. Geen huis, geen baan, geen relatie. Gelukkig kunnen mijn kinderen bij mijn ex-man blijven.

Ik voel me gebroken en berooid. Jan valt me regelmatig lastig en dreigt met zelfmoord, maar ik laat me niet meer overhalen om terug te gaan. Ik weet namelijk dat hij nooit in therapie zal gaan om zich te laten behandelen, omdat volgens hem iedereen op de wereld het verkeerd heeft, behalve hij. Ook de onderzoekers. Hoe erg mijn tijd bij hem ook is geweest, ik heb wel iets geleerd. Ik kan mezelf redden, ben op tijd weggegaan en kan voor mezelf opkomen. Het zal vast tijd kosten voor ik mezelf en mijn leven weer op orde heb, maar dan weet ik wel dat ik een heel sterke vrouw ben.”

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd.

Bron

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.