Lenny Kravitz – Reviews Sportpaleis 15 juni 2018




Eén woord van mezelf over Lenny Kravitz? Fenomenaal? Ja, misschien wel. Het was toch zeker één van de betere optredens die ik reeds gezien heb. Helemaal niet commercieel, lekker uitgesponnen muziek, ideale mix tussen oude en nieuwe nummers. Mr Cab Driver had hij wel even mogen aanreiken, maar goed. De rest was meer dan goed.

Voor de betere reviews kan u hieronder terecht. 🙂

Humo:

Lenny Kravitz doet niet aan vluggertjes als het op love, peace and happiness aankomt. Massageolie, gedimde lichten, rozenblaadjes en seksschommels zijn een vereiste voor hem. Dat is de flower child in hem, de tegencultuur-kapitalist, de navelstaarder. Nochtans: poeh, feilloos geluid!

Lenny Kravitz is de As The World Turns-versie van een rockster: een bi-raciale adonis, waarbij de scenarioschrijvers overduidelijk mikten op de mix Sly Stone, John Lennon,Jimi Hendrix en Prince. Hij is – ook op 54-jarige leeftijd – gezegend met een haast komisch seksappeal en in het bezit van een buitenaardse botstructuur waar soapacteurs normaliter patent op hebben. Zijn biografie is in essentie één lange GQ-editorial vol laarzen van krokodillenleer, tepel- en geslachtspiercings, Ray-Ban zonnebrillen en designer-sjaals, waarmee eenkamer-appartementen kunnen worden geïsoleerd. Hij heeft altijd de intersectie van het Venndiagram van muziek, mode en celebrity bewoond.

Er zijn voldoende argumenten bij elkaar te sprokkelen om Lenny’s carrière als een opeenstapeling van versleten rock clichés en ongegeneerde na-aperij te typeren. Maar de manier waarop hij z’n hoofd naar achter wierp tijdens ‘American Woman’ en met een verbeten grimas z’n dreadlocks schudde, alsof er iemand met venijn twee vingers in z’n sleutelbeenholtes had geprikt. Dát is puur Lenny. De nasale yeah, yeah, yeah, yeahs trouwens ook. En vooruit: dat non-binaire Prince-loopje heeft hij na al die jaren ook verdiend.

In het Sportpaleis gaf Lenny een bloemlezing uit dertig jaar aan materiaal. Een prestatie op zich. ‘American Woman’, de cover van The Guess Who die Lenny voor de Austin Powers franchise in elkaar had gemept werd uitgesmeerd in ‘Get Up Stand Up’ van Bob Marley. Dat uitsmeren doet hij overigens al z’n hele carrière. Lenny staat bekend als notoire treuzelaar als het op z’n back catalogue aankomt: ‘The Chamber’ werd zo lang uitgesponnen dat diens new wave langzamerhand trekjes van acid house begon te vertonen. En tijdens ‘Let Love Rule’ was het een vereiste je te laten meevoeren door Lenny. Na tien minuten was de uitbundige gospel verzand in een Paasmis en pas na twintig minuten tuimelde het mormel uitgedroogd over de finishlijn. Gedurende de Coca Cola-soul van ‘I Belong To You’ was het weer heerlijk toeven. Maar toen Raise Vibration – de nieuwe plaat die in september te streamen zal zijn – moest worden ingeleid verslapte die gebalde vuist tot een klam handje.

Naar verluidt komt nieuw materiaal Lenny tegenwoordig in z’n dromen aanwaaien. ‘It’s Enough’ – een open deur die zo snel mogelijk weer dicht kan – was het bewijs om nooit voor het slapen gaan Marvin Gaye’s ‘What’s Going On’ op te zetten. Door een nevel van boom chiki boom chiki gitaren kreunde Lenny: ‘What’s that going on in the middle east?’ Goede vraag, Lenny. Iemand zou dat eens moeten uitzoeken. Gedurende ‘Low’ – vloeibare funk afkomstig van de nieuwe plaat – was hij de dupe van zijn eigen seksappeal: ‘Is my sexuality / Creating such a tragedy, yeah’. Welja: het afdoen van z’n zonnebril was nog steeds voldoende voor een staande ovatie.

Met een Gibson om z’n nek en een microfoon onder z’n neus laat Lenny Kravitz zelden steken vallen. Hij is een begenadigd zanger en een misdadig onderschatte gitarist. ‘It Ain’t Over Till It’s Over’ ontaardde in een bacchanaal – dat lag in de lijn der verwachting. ‘Always on the Run’ – twee worstelende gitaarriffs under a groove – en het logische vervolg ‘Where Are We Running’ leken bewust kort, bondig en explosief gehouden. Ook tijdens ‘Always’ en ‘I’ll Be Waiting’ werd keurig binnen de lijntjes gekleurd.

Het is enigszins begrijpelijk dat Lenny het niet over z’n hart kan verkrijgen om gitaarvirtuoos Craig Ross, Gail Ann Dorsey – voormalig bassist van David Bowie – en drummer Franklin Vanderbilt op te sluiten in een strak geregisseerde set. In het Sportpaleis was Lenny Kravitz zichtbaar aan het genieten. Soms stond hij de boel dromerig in zich op te nemen. Hij nam uitgebreid de tijd om de tribune op te lopen en handtekeningen uit te delen voor hij z’n gitaar weer omdeed en om ein-de-lijk een einde te breien aan het nummer waar hij een kwartier geleden aan was begonnen.

Wegdoezelen in eindeloze solo’s die als loeiende sirenes voorbij snellen en aan de groove vastklampen tot er een waterbed van een song achterblijft, is wellicht niet iets waar de doorsnee concertganger op zit te wachten. Maar dát is Lenny Kravitz. Oeverloos improviseren heeft geen betekenis of waartoe nodig. Voor hem functioneert het wellicht hooguit als aandenken om in het moment te leven. Hij is nog steeds dezelfde flower child als dertig jaar geleden. Hij wil zijn nummers laten ademen, erin verdwalen en verstoppertje met ze spelen – zelfs als er niet veel is om zich achter te verschuilen.

NewsMonkey:

Lenny Kravitz deed het Sportpaleis baden in liefde en speelde een show die bijna even strak zat als zijn broek

Het was met gemengde gevoelens dat we naar het Sportpaleis afzakten om Lenny Kravitz aan het werk te zien. Bij zijn vorige passage, november 2014, zaten we te geeuwen in ons zitje. Deze keer had de ondertussen 54-jarige Lenny duidelijk enkele versnellingen hoger geschakeld, waardoor de set bijna even strak zat dan zijn leren broek.

Lenny Kravitz is dus vijftiger, het is een leeftijd die je ‘m niet zou aangeven. Hij paradeert nog altijd over het podium en wordt nog altijd nageschreeuwd door meisjes van wie hij de vader zou kunnen zijn. En een natte bezwete handdoek is een hebbedingetje waar veel fans een moord voor zouden begaan, hebben we gemerkt, terwijl het toch maar een natte en bezwete handdoek is.

De show begon met Kravitz die op een verhoogd podium Fly Away inzette. Succes gegarandeerd, natuurlijk. Dig In, Bring It On en American Woman volgden, een kwartet songs waarbij vooral Craig Ross zich de kijker in speelde, de gitarist die al sinds 1991 met Kravitz samenwerkt en die zowel qua kapsel als kleding ergens in de jaren 80 is blijven steken.

Terug naar zijn geëngageerde zelf

En dus doet Kravitz waar hij goed in is: hij laat zijn zaal baden in een bad vol liefde om die ontgoocheling weg te spoelen. In Low laat hij nog horen dat hij een muzikale erfgenaam van Michael Jackson is, terwijl de falsetto die hij bovenhaalt in de in- en outro van It Ain’t Over Till It’s Over aan Prince deed denken. Sommige van de liefdesliedjes in Kravitzs oeuvre zijn weinig geïnspireerd, zoals Can’t Get You Off My Mind dat vanavond nog eens bovengehaald wordt, en Believe is zelfs ronduit melig en heeft een hele matige tekst (“You just got to believe/believe in yourself, yeah”), maar als Lenny ze brengt, dan smelt je op één of andere manier toch helemaal.

Een stevige dosis soul

De eindsprint werd ingezet na de bandvoorstelling met Always On The Run. Vier jaar geleden klokte het nog af op een verschrikkelijk lange zeventien minuten, nu leek het zelfs iets té kort. Het was wel tekenend voor de show die een voor zijn doen hele strakke Kravitz toonde. En als er dan wél werd verlengd, zoals in Where Are We Runnin’en The Chamber, twee op plaat erg matige nummers, dan werden de nummers geïnjecteerd met een stevige dosis soul en kon je alleen maar versteld staan van hoe goed die band samen aan het spelen was.

Again mocht de boel afsluiten, één van de allermooiste liefdesliedjes die Kravitz ooit geschreven heeft, om dan meteen over te gaan in I’ll Be Waiting als eerste bis. Helemaal aansluitend zouden ze nog meer effect hebben gehad.

En dan liep het toch nog een klein beetje mis. Een kwartier Let Love Rule bleek weer nét iets te lang, ook al bleef de zaal dapper meezingen, en het rondje handtekeningen uitdelen aan het einde van Are You Gonna Go My Way haalde de punch uit dat nummer.

Jammer van het einde, maar we hadden tegen die tijd al wel een concert gezien dat onze verwachtingen ver had overtroffen en een performer die de vervelende gewoonte om zijn nummers zodanig te rekken tot de fut er helemaal uit was grotendeels achterwege gelaten had. De beste keer dat we Kravitz al aan het werk zagen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.