Je vindt geen peren onder een appelaar… Of toch?




Zucht. 12u26. Net terug op kantoor. Een uurtje geleden kreeg ik telefoon van mijn zoontje en gezien de gelijkenissen tussen hem en mij, zullen we hem hier best Junior noemen, Bald Dog Junior.

JR: “Papa?”
Me: “Hey Junior, wat is er?”
JR: “Mijn huiswerk, je weet wel, wat we gisteren samen voorbereid hebben?”
Me: “Ja, jongen, dat weet ik nog. Wat is daarmee?”
JR: “Wel, dat ligt nog op de keukentafel maar geen paniek, ik heb pas het laatste uur Nederlands.”
Me: “Wie zegt dat ik panikeer, jongen?”
JR: “Ja jij niet, ik wel een beetje.”
Me: “En nu?”
JR: “Ik weet het niet, ik heb het echt nodig voor mijn spreekbeurt.”
Me: “Goed, ik zal erom rijden, jongen. Maar jongen…?”
JR: “Ja, papa?”
Me: “Wil je aub de volgende keer netjes je ‘boekentas’ maken en alles controleren?”
JR: “Ja, papa.”

Altijd weer die “ja, papa”. Zucht.

Nu goed, onder een appelaar zal je zelden een peer vinden, tenzij de postbode ze daar liet vallen misschien. Waarmee ik wil zeggen dat het onvoorstelbaar is hoeveel trekken JR heeft van zijn oudje, een echt aardje naar zijn vaartje zoals de noorderburen dat zo mooi zeggen. JR is een fantastische jongeman, dat kan ook moeilijk anders, als je al zijn goede eigenschappen opsomt. Het is een beetje zoals in de spiegel kijken, toch zeker als je de spiegel van niet te dichtbij bekijkt. Want eens je dat wel doet, herken je andere zaken waar je minder gelukkig van wordt. Dan zie je dingen die een bepaald risico inhouden. Meestal sluit ik daarvoor instinctief de ogen en moet ik mezelf wat forceren om zijn valkuilen te zien. Diezelfde valkuilen die de mijne waren destijds. Dagdromen (al van in de kleuterklassen), geen zin hebben om te studeren, willen rebelleren, andere interesses hebben, beïnvloedbaar zijn, willen meelopen met de groep, de neiging tot verslaafd zijn aan multimedia. Of wacht, ben ik hier nu alle eigenschappen van iedere tiener aan het opsommen? Misschien wel. En toch meen ik mezelf harder dan een ander te herkennen in al die mindere eigenschappen van JR. Alleen wordt hij nu wel beter omringd dan kinderen van mijn generatie destijds. Dat komt vast en zeker goed. Denk ik. Hoop ik. Droom ik. Een utopie?

Mijn ander zoontje heeft ook zo van die eigenschappen die je mij kan toeschrijven en deze zijn wel specifieker geënt op zijn afkomst (mij dus). Ik noem hem hier graag Calimero. Calimero heeft enorm veel gelijkenissen met de bekende cartoonfiguur. “En jij bent groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk”. Deze jongen kan ieder recht of onrecht omplooien tot de grootste misdaad tegen zijn persoon. Hij heeft een overdreven rechtvaardigheidsgevoel tegenover zijn klasmaatjes, zijn broer, maar vooral tegenover zichzelf. Spreek aub niet over hem in de derde persoon bijvoorbeeld. Nimmer zal hij dit positief opnemen. Maar iemand helpen, daarvan wordt deze jongen werkelijk gelukkig. Tenzij hij ziet dat zijn broer hetzelfde niet wordt gevraagd. En voetballen, sporten en ravotten natuurlijk. Herkenbaar. Deze jongen is zeker geen peer te noemen. Voor deze jongen zie ik de valkuilen ook. Hij is nu elf en zit in het vijfde studiejaar. Hij heeft reeds een lange weg afgelegd – vergelijk het wat met Anger Management – en doet het meer dan prima op school nu maar ik houd mijn hart vast voor zijn tienerjaren. Want ergens vermoed ik dat zijn valkuilen nog groter zullen zijn dan die van zijn broer. Koffiedik kijken en bang afwachten. En hopen dat het goed komt.

En blijven herhalen, maar wat een fantastisch voetballertje, wat een geweldige bescheiden jongemannen, beleefd, de ene is een harde werker, de andere een romantische dromer, en oh jongens… Wat zijn ze knap ook, net hun vader destijds (over het nu zwijgen we beter – hihi). Die jongens slaan gegarandeerd de mooiste en liefste meisjes aan de haak. Zonder daar al te veel moeite voor te doen. Help, weer zo’n valkuil?

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.