Help, helper, helpst




Jullie kennen mij al een beetje, neem ik aan. Mijn karakter ga ik hier niet beschrijven maar wat ik wel kan zeggen is dat ik behoorlijk behulpzaam in het leven sta. Overdag help ik mensen met IT-problemen en sta ik business leaders bij in het uitvoeren van complexe IT-matige projecten. Ik word te pas en te onpas opgebeld om problemen te fiksen, om mensen te helpen in nood. Daar word ik voor betaald, daar ben ik voor opgeleid. Als voetbalcoach heb ik een groep jongeren geholpen toen hun coaching te wensen over liet. Ik heb hen drie jaar lang begeleid en geholpen, ik heb hen dingen geleerd, ik heb hen bijgestaan. Als instructeur op een hondenschool begeleid ik wekelijks mensen die wedstrijden spelen. Kosteloos leer ik hen tips and tricks en geef ik met plezier mijn rijke ervaring uit handen, zodat zij eruit kunnen leren. Een zeer goede vriendin van me startte 6 jaar geleden een bedrijf en had IT-ondersteuning nodig. Ok, deze was niet gratis, maar mijn hoofdzakelijke beweegreden was haar avontuur ondersteunen en begeleiden. Ik heb haar begeleid naar een niveau waar ik niet meer in mee kon spelen, daarvoor werden ze te groot en bleef ik – haha – te klein. De complexiteit van een IT-infrastructuur kan je op dat moment niet meer beheren na je uren, in je vrije tijd. In die zes jaren kan ik met het hand op het hart zeggen mijn uiterste best gedaan te hebben om te helpen.

Ik ben een opgeruimde jongen en durf mezelf vaak op de laatste plaats zetten. Zo voed ik namelijk mijn kinderen ook op. Hun noden gaan voor op de mijne. Maar het is breder als dat. Wanneer ik op straat een oude dame of een pas gevallen jongen zie die wat hulp nodig heeft, inderdaad, dan ga ik ongevraagd helpen. Even een sleutelbos oprapen, een jongen zijn fiets rechtzetten na een valpartij. Je kent ze wel, die alledaagse dingen.

Dat is wellicht het meest nobele trekje dat ik van mijn ouders meekreeg in mijn jeugd. Hoewel zij zelf hun eigen problemen niet konden oplossen, sprongen ze wel te pas en te onpas in de bres voor mindergelukkigen. Zo nam mijn moeder ooit de bevriende buurman in huis die net dakloos was geworden. Hij bleef uiteindelijk meer als een jaar bij ons. Voordeel: het was een muziekkenner en hij introduceerde me tot enorm goede muziek, gaande van Rory Gallagher tot Wim De Craene tot Boudewijn De Groot tot  Rainbow tot… Hij liet me ook een geweldige platencollectie na en hij had een fantastische duitse herder die mijn ouders er met plezier bijnamen. Een andere keer namen mijn ouders een zoon van een vriendin in huis toen zij met haar minderjarige kinderen in een vluchthuis vertoefde waar meerderjarige mannen niet waren toegelaten. Gerard was 19 of zo en werkte in de fabriek. Ook van hem leerde ik weer toffe dingen. En ook hij verbleef een jaar of langer in ons krotje. Al kommer en kwel was het nu ook weer niet. Alleen hadden mijn ouders zelf geen “rotte frank” om rond te komen op het einde van de maand. Mijn beide ouders zaten bij het Rode Kruis als verplegers. Opnieuw, steeds weer opnieuw mensen gaan helpen maar zichzelf niet kunnen helpen.

Is er een rode draad? Allicht is er een rode draad. Sommige dingen zitten in je spreekwoordelijke DNA ingebakken. Dat “helpen” heb ik van hen geërfd. Het staat me voor dat ik het op andere vlakken anders en wellicht beter doe maar naast dat “helpen” van ze heb ik helaas ook dat “ik heb helemaal geen hulp nodig” geërfd. Neen, ik ga niet om hulp vragen terwijl ik weet dat ik dat beter kan doen. Ja, ik heb hulp nodig gehad. Iedereen heeft wel eens hulp nodig. Hulp vragen is geen schande. En toch. Ik ben koppig en ik volhard. Tot in de boosheid. Amen.

Gisteren, zondag 3 juni 2018. Rommelmarkt in mijn straatje. Fantastisch. Samen met mijn vriendin wat kuieren vlak voor ik moest vertrekken naar hartje Antwerpen om daar met mijn hondje een wedstrijd te gaan spelen (oja, mijn liefde voor honden, die erfde ik ook van mijn ouders – je ziet, er zijn altijd goede dingen die je erft ook). Geweldig moment eigenlijk. Ik vond enkele fantastische cd’s, kocht een paar tweedehands boeken, twee geweldige verzamelstukken, miniatuur ferrari en lamborghini voor de kids, vond een geweldige klok om op te hangen (vinyl-plaat in glas, retro, de max gewoon). Juist, ook een heggeschaar tikte ik op de kop bij één van mijn buren. Ideaal, want ik moest al zeker een week, misschien twee, mijn haag geschoren hebben. Ik wist dat mijn buurman er al bijzonder negatieve opmerkingen over had gemaakt, tegen mijn vriendin nota bene, in de meest affronterende, denigrerende en ronduit beledigende taal. En dat maakte mij wel wat boos maar goed, het is een senior met een andere visie op het leven en een geheel anders wereldbeeld. Maar ik had geen heggeschaar en zou er zeker geen halen bij mijn ex. Koppig. Halsstarrig. Geen hulp nodig. Einde van de maand vorige week, ’t uit te geven geld was op, kopen was dus ook geen optie. Sja, dan maar even zo he. Nu goed, die heggeschaar was een fantastisch koopje. 25€ en ik was gered. En ik kon mijn weg naar huis vervatten. De heggeschaar kreeg ik morgen wel van de buren. We kuierden terug naar huis.

Misschien moet ik even ingaan op de “negatieve” buurman. De man is ergens in de 80 en komt dus uit een ander tijdperk. Gepensioneerd natuurlijk. Zijn tuintje is dermate perfect dat je bang zou zijn er over het gras te stappen. Zijn voortuintje is een voorbeeld voor velen, inclusie ik dus. Hij had me eerder al eens aangesproken over de lengte van mijn gras. Dit was nog in de donkere maanden. Toen ik thuis kwam als het reeds donker was of het gewoon kleddernat en onmogelijk was om je gras te doen. Ik was voetbalcoach, weg op zaterdagochtend en wedstrijdspeler met mijn hondjes, dus ook weg in de namiddag en op zondag. Toch reed ik mijn gras af. Maar ik deed mijn kantjes niet. Kleine ludieke rel daarover. Glimlachend hoorde ik zijn ludiek relaas aan en aanvaardde ik zijn graskant-schaartje. Zat ik daar mooi met een mechanisch schaartje alle kantjes bij te knippen (de blaren nam ik er met plezier bij). Buur tevreden, iedereen tevreden. Een tijdje later kreeg ik opnieuw de vraag over mijn graskantjes. Geen probleem, begin van de maand, we kopen zelf zo’n graskant-schaartje. En opnieuw zaten we met de glimlach op het gezicht de graskantjes bij te knippen.

Tegenwoordig staat mijn grasmachine ook onder een week-week regime. Terwijl mijn kids naar mijn ex gaan, neem ik de grasmachine namelijk om de week mee bij m’n vriendin waardoor beide tuintjes iedere twee weken netjes worden afgereden, inclusief graskantjes. Vind ik zelf grappig, dat week-week regime. Een mopje voor op cocktailfeestjes of waar je toch minstens 1 persoon mee aan het lachen krijgt (jezelf meestal ma bon). 🙂

Terug naar gisteren, we kuierden terug naar huis. We dropten onze spulletjes, ik bekeek de fameuze haag en had zoiets van “jij wordt kortgeschoren”. We maakten ons klaar, een vriendin kwam mij oppikken om naar Antwerpen te rijden toen mijn buurman naar buiten kwam, cognac in de hand en behoorlijk dronken. Hij beschimpte me plots op straat en noemde me een “vieze vuile vent die niet doorheeft dat hij te midden van mensen woont”. Hij riep, hij brieste en wat erger is, hij liet me niet reageren. Ik werd boos, hij was dat al, maar ik haalde hem snel en stevig in. De rommelmarkt hield even op. De mensen waren met verstomming geslagen. Ze hielden halt en wij? Wij hielden het oog van die talloze toeschouwers terwijl hij maar bleef gillen en schreeuwen. Andere buren zijn dan moeten tussen komen in het conflict om hem tot bedaren te krijgen. Ik moest hem negeren, wegwandelen en vertrekken. Drie uur later stond ik nog steeds met de daver op het lijf, niet van schrik zozeer maar omwille van mijn harmonie die om zeep was. Het tafereel bleef zich voor mijn ogen afspelen.

Nu goed, gisterenavond, hoop en meen ik deze senior te kunnen hebben overtuigen dat zijn gedrag niet ok was. Ik meen zelf een flauw en gemompeld excuses gehoord te hebben, ferm tegen zijn zin. Volgende week moet die haag eraan geloven, dan weer ferm tegen mijn zin. Eigenlijk wou ik ze “in plan” gelaten hebben tot na de zomer. Maar goed, zo ontstaan de echte burenruzies en vetes. Een goed gesprek lost zoveel op.

Maar waarom is het voor mij zo moeilijk om gewoon om hulp te vragen? Ik vertelde ondertussen verschillende mensen reeds de anekdote van gisteren. Voor de goede verstaander, die haag was echt niet overdreven, jammer genoeg geen foto’s, maar ze kon beter. Nu, wat ik toen hoorde van de mensen aan wie ik dat verhaal vertelde was het volgende: “Maar waarom heb je me niet even gebeld, ik heb een haagschaar die je kon lenen”. Deze reactie kreeg ik van minstens drie mensen. Een bevriende tuinier wist me gisteren zelf te zeggen “Maar Koen, ik heb er eentje liggen die ik niet meer gebruik, die mag je gerust gratis hebben”. Ik trek het met dit voorbeeld misschien wat in het ridicule maar het is o zo tekenend dat het soms toch zo moeilijk is om hulp te vragen. Maar om hulp gevraagd worden of een hulpbehoevend persoon zien en helpen is dan weer een aangeboren eigenschap.

Hebben jullie het daar ook zo moeilijk mee, met om hulp vragen? Ik vind dat ik mezelf heb gerealiseerd en ik weet waar het vandaan komt, maar verdorie toch. Het is zo moeilijk om om hulp te vragen. Een werkpuntje voor mezelf, zonder twijfel.

Ik lees het graag van jullie.

Adios en tot de volgende!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.